Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/6.4.4
6.4.4 Inlichtingenfase
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174150:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
De inlichtingenfase is opgenomen in het model van Barendrecht & Van Beukering-Rosmuller 2000, maar niet in de Handleiding regie vanaf de conclusie van antwoord 2009. Deze is meer dan het model van eerstgenoemde auteurs gericht op de wet en dus op het vergaren van inlichtingen, eventueel op het beproeven van een schikking en ten slotte, als er geen schikking komt, op het gezamenlijk vaststellen van het verdere verloop van de procedure (zie paragraaf 6.4.5).
Gezien het karakter van dit stadium zou de inlichtingenfase beter inventarisatiefase kunnen heten. Inlichtingen worden voornamelijk verkregen tijdens de informatie- of exploratiefase.
Mochten na de onderhandelingen juridisch relevante feiten van het geschil onderbelicht of onduidelijk zijn, dan kunnen de rechters de lacunes opvullen in de inlichtingenfase.1 In vijf zittingen ging de inlichtingenfase ongemerkt voorbij. In de vijf zittingen waarin wel een inlichtingenfase waarneembaar was, inventariseerden de rechters of alle informatie boven tafel was gekomen om uitspraak te kunnen doen.2 Deze inventarisatie gebeurde pas nadat vast kwam te staan dat een schikking ter zitting niet haalbaar was. Twee keer werd met dat doel geschorst. Daarna bleken de rechters geen vragen meer te hebben. In de overige drie gevallen vond de inventarisatie tijdens de zitting plaats, waarbij de voorzitter informeerde of de andere rechters nog wat aan de orde wilden stellen. Dat bleek niet het geval. Eenmaal vroeg de voorzitter aan partijen of er nog zaken onbesproken waren gebleven (antwoord: nee). In twee gevallen trok de voorzitter zelf hardop een conclusie: ‘Ik denk dat we voldoende weten’ en ‘De rechtbank acht zich voldoende geïnformeerd.’
Overigens bespraken de rechters in twee zittingen pas na de procesplanningsfase of ze voldoende inlichtingen hadden verzameld om uitspraak te kunnen doen. Daaruit bleek dat de inlichtingenfase niet altijd afgesloten was op het moment dat de rechters afspraken maakten over het vervolg van de procedure, hoewel de rechters constateerden dat nadien geen extra inlichtingen meer hoefden te worden verzameld.