Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.2.1
II.5.2.1 Grondrechten
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285038:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De beperkingssystematiek van de Grondwet is op het gebied van grondrechten op veel punten formeel, zie bijv. art. 10 lid 1 Gw. Er is om een beperking van een grondrecht mogelijk te maken meestal alleen een wet vereist. De wetgever heeft (grondwettelijk bezien) dus de mogelijkheid om die grondrechten op ingrijpende wijze te beperken. Bij absolute grondrechten en grondrechten met delegatieverboden gaat die vlieger niet op. Bovendien bevat een aantal beperkingsclausules doelcriteria waaraan de beperking verbonden is. Aan deze regels heeft de formele wetgever zich te houden.
De klassieke grondrechten in het eerste hoofdstuk beschermen eerst en vooral tal van vrijheden en behoren daarom tot de fundamenten van het Nederlandse constitutionele recht. Deze grondrechten reguleren de bevoegdheden van de overheid en in zoverre heeft de wetgever, de rechter en het bestuur deze vrijheidsrechten in acht te nemen.1 Het bovenstaande maakt het logisch dat er een verzwaarde herzieningsprocedure voor grondrechten bestaat. Bij een grondwetsherzieningsprocedure die identiek is aan de gewone wetsprocedure zou er voor de wetgever geen nationaal-rechtelijk beletsel zijn om grondrechten (die ook de rechten van minderheden beschermen) te veronachtzamen.