RvdW 2025/862:Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van (omgekatte) auto met vals voertuigidentificatienummer. Afwijzing van verzoek om geldelijke tegemoetkoming aan eigenaar van auto, art. 33c lid 2 Sr jo. art. 36b lid 2 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 10 juli 2018, NJ 2019/328, m.nt. T. Kooijmans, m.b.t. beoordeling van vraag of eigenaar van voorwerp door onttrekking aan het verkeer van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen wanneer hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend. Voor waarde van onttrokken voorwerp moet daarbij in beginsel worden uitgegaan van toestand waarin voorwerp verkeert t.t.v. inbeslagneming van dat voorwerp. Rb heeft geoordeeld dat belanghebbende (eigenaar van auto) niet onevenredig is getroffen door onttrekking aan het verkeer van personenauto en heeft verzoek om geldelijke tegemoetkoming afgewezen. In dat oordeel heeft Rb uitsluitend betrokken dat het ‘onwaarschijnlijk’ is dat Staat voordeel heeft verkregen, dat belanghebbende de betreffende auto via Marktplaats heeft gekocht, en dat belanghebbende ‘na inbeslagneming’ geen contact met verkoper heeft opgenomen om verhaal te halen of navraag te doen naar herkomst van auto. In het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, heeft Rb haar oordeel daarmee niet toereikend gemotiveerd, omdat Rb niet waarde van voorwerp t.t.v. inbeslagneming heeft betrokken en ook niet nader heeft uiteengezet waarom gedrag van belanghebbende zou maken dat zij niet onevenredig wordt getroffen door aan haar geen geldelijke tegemoetkoming toe te kennen. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. afwijzing van verzoek om geldelijke tegemoetkoming en terugwijzing.