Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/8.6.10
8.6.10 Aard van het ‘Wiedereingliederungsverhältnis’
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS575662:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
BAG 29 januari 1992, NZA 1992, 643 en ook 19 april 1994 AP § 74 SGB V Nr.2 en 28 juli 1999, BAGE 92, 140, HWK/Schliemann, p.2008, Becker, p.76-87.
Neuman/Majerski-Pahlen, p.88.
BAG 29 januari 1992, NZA 1992, 643, Becker, p.127-135,W. Gitter, ‘Arbeitsrechtliche Probleme der stufenweise Wiedereingliederung arbeitsunfähiger Arbeitnehmer’, ZfA 1995, 123 noemt dat de ‘fortwirkende Ausstrahlung des in seinen Hauptpflichten weiter ruhenden Arbeitsverhältnisses’.
De werkgever stelt de werknemer namelijk alleen in staat geleidelijk aan te hervatten en zo zijn arbeidsongeschiktheid te bekorten. De arbeid die de werknemer op die manier verricht heeft dan niet te gelden als arbeidsrechtelijke tegenprestatie voor loon. Bovendien is er geenwederkerigheid van loon voor arbeid: de werknemer ‘krijgt’ in ruil voor zijn re-integratie-werkzaamheden geen loon, maar (de kans op) herstel, Becker, p.76-79.
Na de eerste zes weken. ErfK/Dörner, p.1844-1845 op basis van rechtspraak van het BAG.
Gagel 2001, p.989.
BAG, AP § 74 SGB V Nr.2 resp. Nr.3.
BAG, AP § 74 SGB V Nr.3 en Becker, p.91-96. Zij meent dat de goede trouw bij arbeidsongeschiktheid vooral speelt om de werknemer van gedrag te weerhouden waardoor de genezing wordt belemmerd of vertraagd. Actief moeten handelen of nalaten door de werknemer rond arbeidsongeschiktheid wordt in rechtspraak en literatuur alleen in extreme gevallen aangenomen, bijv. bij het in gevaar brengen van de gezondheid. Het moeten re-integreren valt daar niet onder. Afwijzend en wat mij betreft overtuigender Gagel 2001, p.989, noot 7.
Becker concludeert dat ook sociaalverzekeringsrechtelijk geen werknemersverplichting is aan te nemen voor medewerking aan Wiedereingliederung (p.116-119).
Zie § 7.7.3.
De werkgever die uitvoering geeft aan de geleidelijke werkhervatting heeft dus een werknemer die opbouwend werkt in nuttige arbeid, maar waarvoor na de eerste zes weken geen loon wordt betaald. Is dit dan nog een arbeidsovereenkomst? Het BAG heeft geoordeeld dat zo’n rechtsverhouding waarbij een werkgever van de resterende arbeidsgeschiktheid van de werknemer gebruik maakt (met als doel re-integratie) géén arbeidsovereenkomst is, maar een rechtsverhouding sui generis (‘Wiedereingliederungsverhältnis’). De inschakeling van de werknemer is namelijk niet gericht op een normale arbeidsprestatie of het bereiken van de bedrijfsdoelen. Het is een maatregel om de arbeidsgeschiktheid te verbeteren en die de terugkeer van de werknemer mogelijk moet maken. Het individuele (medische) nut van de werknemer bij het opbouwend verrichten van werkzaamheden staat centraal.1 Anders gezegd: het is een ‘Sozialleistung’ waaraan de werkgever meewerkt.2
Welk gevolg heeft deze overeenkomst sui generis voor de arbeidsovereenkomst? Aangenomenwordt dat die niet eindigt maar blijft bestaan. Hij ‘slaapt’ voor wat betreft de hoofdverplichtingen (bedongen arbeid, loon), maar de nevenplichten blijven van kracht.3 Het gaat bijvoorbeeld om een geheimhoudingsplicht en een verbod van nevenwerkzaamheden. Ook blijft de arbeidsongeschiktheid bestaan; een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bestaat niet. Dat het een overeenkomst sui generis is, heeft ook andere consequenties. De werknemer komt noch op grond van deze rechtsverhouding, noch op grond van de wet loon toe.4 Evenmin is loondoorbetaling bij hernieuwde uitvalwegens ziekte verschuldigd.5 De werknemer heeft aanspraak op Krankengeld,6 zelfs als de arbeid die de werknemer levert economische waarde voor de werkgever vertegenwoordigt. Er wordt geen vakantie opgenomen en cao-bepalingen zijn niet van toepassing.7
Dat de Wiedereingliederung niet plaats vindt onder de paraplu van de bestaande arbeidsovereenkomst heeft als gevolg dat geen plicht voor de werknemer bestaat om mee te werken, als de werkgever geleidelijke werkhervatting zou voorstellen. De werkgever kan zich om dat voorstel kracht bij te zetten niet beroepen op zijn gezagsrecht, noch op de arbeidsrechtelijke goede trouw.8 De juridische inhoud van deze rechtsverhouding sui generis wordt daarom in hoge mate bepaald door de medische verklaring van de arts (doel en wijze van de geleidelijke werkhervatting) én de inhoudelijke afspraken die werkgever en werknemer maken. Het niet meewerken aan voorgestelde Wiedereingliederung kan daarom niet leiden tot een verhaltensbedingte Kündigung.9 Bij een personenbedingte Kündigung van een zieke werknemer moet zijn voldaan aan de criteria van een negatieve prognose, een negatieve invloed en een belangenafweging.10 Maar bij geleidelijke werkhervatting staat juist een positieve prognose voor werkhervatting voorop, zodat hier evenmin een reden voor ontslag bestaat.