RvdW 2025/36:Beklag, beslag op personenauto zonder dat beslagene is aangewezen (spookvoertuig), waarna OM last tot teruggave van auto aan eigenaar (ander dan klager) heeft gegeven en Rb klager n-o heeft verklaard in zijn klaagschrift omdat beslag is geƫindigd. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134 lid 2 sub a Sv. Verzuim te beslissen op verzoek van raadsvrouw om behandeling van klaagschrift aan te houden i.v.m. detentie van klager. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Vaststelling Rb dat klager niet beslagene is, brengt mee dat regeling van art. 116e lid 3 Sv niet van toepassing is en dat beklag niet opgevat hoefde te worden als beklag over voornemen van OvJ tot teruggave aan ander dan beslagene, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden. Nu last tot teruggave aan rechthebbende was gegeven, was beslag ingevolge art. 134 lid 2 sub a Sv op moment van beslissing op klaagschrift reeds beƫindigd en was klager n-o in zijn beklag. Voorgaande brengt mee dat ontbreken van beslissing op verzoek tot aanhouding van behandeling in raadkamer geen strijd oplevert met goede procesorde en evenmin grond oplevert voor vernietiging van beschikking Rb. Kennelijk oordeel Rb dat het niet op aanhoudingsverzoek hoefde te beslissen, aangezien klager n-o is in zijn beklag en hij dus geen belang had bij aanhouding van zaak, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Nu Rb de klager terecht n-o heeft verklaard in beklag, kan klager niet worden ontvangen in cassatieberoep. Klager n-o.