Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1045
Medeplegen opzetheling van auto, art. 416 lid 1 sub a Sr. Bewijsklacht. Volgt uit bewijsvoering dat verdachte in bewezenverklaring omschreven auto heeft verworven of voorhanden heeft gehad, nu verdachte in zijn verklaring slechts spreekt over ‘de auto’? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2024/1044 en RvdW 2024/1046.
HR 22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1469
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/04229
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1469, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:823, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑08‑2024
Essentie
Medeplegen opzetheling van auto, art. 416 lid 1 sub a Sr. Bewijsklacht. Volgt uit bewijsvoering dat verdachte in bewezenverklaring omschreven auto heeft verworven of voorhanden heeft gehad, nu verdachte in zijn verklaring slechts spreekt over ‘de auto’? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2024/1044 en RvdW 2024/1046.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04229
Datum 22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2022, nummer 23-002271-20, in de strafzaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.