Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.9.7:6.9.7 Bekorting van de loonsanctie
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.9.7
6.9.7 Bekorting van de loonsanctie
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS577994:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 18 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW3127, Rb. Den Bosch 13 augustus 2008, ECLI:NL: RBSHE:2008:BE9882, Rijpkema pleit voor een standaardformulier van het UWV, p.96.
CRvB 14 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM1179, zie ook § 6.9.4 voor het te laat afgeven van de loonsanctiebeschikking.
CRvB 4 mei 2011, LJN BQ3800.
Ktr. Hoorn 22 april 2013, JAR 2013/152.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De werkgever die meent dat zijn tekortkomingen zijn hersteld, kan aan het UWV vragen om bekorting van de loonsanctie. Zo’n aanvraag is vormvrij.1 Het UWV moet binnen drie weken beslissen op zo’n verzoek. Is het UWV het eens met de werkgever dan eindigt de loonsanctie zes weken ná de datum van de bekortingsbeschikking. Vindt het UWV dat de tekortkomingen niet zijn hersteld dan levert die beschikking aanwijzingen op wat de werkgever nog wel moet doen. De situatie kan zich voordoen dat het UWV meer tijd dan drie weken nodig heeft voor een besluit op het bekortingsverzoek. Al die tijd doet de werkgever niets aan re-integratie want hij meent immers genoeg te hebben gedaan. Komt bijvoorbeeld na vijf weken de beslissing dat de tekortkomingen niet zijn hersteld, dan zijn twee weken méér verstreken, dan in de situatie dat het UWV op tijd zou zijn geweest. Het mogelijk missen van re-integratiekansen in die twee weken blijft voor rekening van de werkgever want die mag vertraging in de besluitvorming van het UWV pas in mindering brengen op het tijdvak van loondoorbetalingsverlenging als de tekortkomingen wél zijn hersteld.2
Als een werknemer na een loonsanctie deels werkt en zich in het derde ziektejaar ziek meldt, kan het gebeuren dat hij opnieuw geruime tijd uit de roulatie zal zijn. Als die verwachting reëel is rijst de vraag of dat reden vormt voor een bekorting van de loonsanctie. Herstel van tekortkomingen is door de nieuwe ziekmelding pas op termijn mogelijk én de CRvB heeft bepaald dat de loonsanctie geen resultaatsverplichting inhoudt. Uiteindelijk bepaalt immers artikel 65 WIA dat van een werkgever alleen het redelijke kan worden verlangd. Volgens de CRvB is er geen reden de loonsanctie te bekorten als arbeidsdeskundig vaststaat dat de werknemer ‘op redelijke termijn mogelijk weer belastbaar is’. Het tijdelijk (dus niet-duurzaam) niet beschikken over arbeidsmogelijkheden behoeft de re-integratie immers niet in de weg te staan omdat de werkgever ‘dan de nodige re-integratieactiviteiten’ kan ondernemen.3 De vraag is of dit niet een te strenge maatstaf is, gelet op het reparatoire karakter van de loonsanctie en de uiteindelijke redelijkheid die aan het voortduren van de loonsanctie ten grondslag moet liggen. Onduidelijk is welke re-integratieactiviteiten de werkgever zou kunnen of moeten ondernemen als de bedrijfsarts heeft geoordeeld dat de werknemer voorlopig volledig arbeidsongeschikt is. Een andere complicatie betreft de hierna te bespreken opzegging na verkregen ontslagvergunning, die na geslaagd werknemersbezwaar tegen de eerdere loonsanctiebekorting, terecht vernietigd blijkt te zijn.4