Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.9.5
6.9.5 Diverse tekortkomingen
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS579182:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1 sub f Beleidsregels.
Rb. Almelo 4 februari 2005, USZ 2005/91. Wellicht is er wel sprake van een tekortkoming van de werknemer op grond van art. 28 lid 2 aanhef en sub c WIA: een naar algemene medische maatstaven adequate behandeling ondergaan voor zijn ziekte of gebrek.
CRvB 18 november 2009, LJN BK3717 en CRvB 14 april 2010, USZ 2010/130.
CRvB 20 juli 2011, LJN BR2382, maar met de kanttekening van CRvB 20 maart 2013, LJN BZ4852.
In de Beleidsregels zijn daarop minimumsancties gesteld van respectievelijk vier, zes, negen en twaalf maanden. Met de uitspraak van de CRvB 22 februari 2006, RSV 2006, 99, dat met de loonsanctie reparatie wordt beoogd en geen bestraffing, zijn deze minimale sancties van tafel.
Rb. Zwolle 16 oktober 2009, LJN BK6974, in een situatie waarin het eerste spoor zonder deskundigenoordeel werd gestaakt omdat de re-integratiemogelijkheden duidelijk waren en de werkgever en werknemer het eens waren.
Rb. Haarlem 2 juli 2010, LJN BN1339.
Ktr. Utrecht 18 juli 2012, LJN BX2049.
Rb. Maastricht 3 mei 2010, LJN BM2983, CRvB 18 november 2009, LJN BK3717.
Ktr. Utrecht 18 juli 2012, LJN BX2049.
Rb. Haarlem 21 maart 2005, LJN AT4338.
Overigens is de vraag of de derde situatie (het niet toelaten tot de bedongen arbeid van een arbeidsgeschikte werknemer) wel past in dit overzicht van tekortkomingen. Het recht op loon van de werknemer is in zo’n geval volgens mij gebaseerd op art. 7:628 BW en niet op art. 7:629 BW, zodat een verlenging van dat tijdvak van loondoorbetaling niet aan de orde is.
Geconstateerd door zowel Fluit als Van den Elsaker. Zie ook C. van der Krogt, ‘Het tweedespoortraject als struikelblok voor een juiste re-integratie van de zieke werknemer’, ArbeidsRecht 2013/58, die vaststelt dat 25% van de loonsancties is opgelegd vanwege te late start van het tweede spoortraject.
Volgens het UWV is de werkgever bij de re-integratie in verzuim als hij zijn administratieve verplichtingen niet of niet volledig is nagekomen of onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en hij daarvoor geen deugdelijke grond kan aanvoeren. Het UWV geeft in de Beleidsregels aan dat onder ‘deugdelijke grond’ wordt verstaan: ‘een door de werkgever voor enig handelen of nalaten aangevoerd motief dat zodanig zwaarwegend en gerechtvaardigd is dat het nadelig gevolg van dit handelen of nalaten niet in redelijkheid aan de werkgever kan worden toegerekend’.1 Er is bijvoorbeeld geen sprake van verzuim als de werkgever nalaat bij de werknemer de angst voor een (kijk)operatie weg te nemen.2 Niet werd aanvaard dat de medische toestand van de werknemer te complex en onzeker was of juist dat alles wees op duurzame hervatting in spoor 1 wat uiteindelijk niet lukte.3 In dat laatste geval wees de CRvB er op dat de werkgever gebruik had kunnen maken van het aanvragen van een deskundigenoordeel rondom de eerstejaarsevaluatie, maar dat had nagelaten. Doet de werkgever dit wel dan kan het UWV-deskundigenoordeel in beginsel worden gevolgd, zeker als dit zonder voorbehoud wordt gegeven.4
Het verzuim van de werkgever wordt in de Beleidsregels, in volgorde van toenemende ernst, aangemerkt als beperkte, ernstige, grove of uiterste nalatigheid.5 Aan de onderverdeling in een van deze categorieën is geen rechtsgevolg verbonden. Bij het opleggen van de loonsanctie verwijst het UWV ook niet naar een categorie en evenmin worden deze in de praktijk gebruikt. Behalve het definiëren van een aantal begrippen hebben de Beleidsregels weinig praktische waarde anders dan het geven van inzicht in soorten tekortkomingen.
Beperkte nalatigheid
Het verzuim wordt onder meer aangemerkt als beperkte nalatigheid als de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, maar bij niet of onvoldoende meewerken door de werknemer geen deskundigenoordeel heeft gevraagd, geen loonstopzetting heeft toegepast of geen vergelijkbare adequate maatregel heeft getroffen. Het niet vragen van een deskundigenoordeel levert overigens niet steeds een tekortkoming op.6
Het UWV-beleid dat de werkgever een werknemer desnoods moet dwingen tot medewerking aan re-integratie via een loonstop of zelfs ontslag, is niet kennelijk onredelijk.7 Kantonrechter Utrecht vindt dat de werkgever weer niet te voortvarend moet optreden, zeker niet als een UWV-deskundigenoordeel is aangevraagd en de uitslag nog niet bekend is.8 Het achterwege laten van een loonstop lijkt desondanks voor de werkgever toch risicovol.
Ernstige nalatigheid
Het verzuim wordt onder meer aangemerkt als ernstige nalatigheid als de werkgever:
de werknemer in de gelegenheid heeft gesteld de bedongen arbeid te hervatten of passende arbeid te gaan verrichten in zijn bedrijf of in het bedrijf van een andere werkgever, maar zodanig dat de aard en omvang van de werkzaamheden niet in redelijke verhouding staan tot de functionele mogelijkheden van de werknemer;
onvoldoende voorschriften heeft gegeven of maatregelen heeft getroffen om de werknemer in staat te stellen de bedongen arbeid te hervatten;
onvoldoende voorschriften heeft gegeven of maatregelen heeft getroffen om de werknemer die ook met aanpassingen niet in staat zou zijn geweest de bedongen arbeid te hervatten, in staat te stellen passende arbeid te gaan verrichten in zijn bedrijf;
onvoldoende voorschriften heeft gegeven of maatregelen heeft getroffen om de werknemer voor wie binnen zijn bedrijf geen passende arbeid voorhandenwas, in staat te stellen passende arbeid te gaan verrichten in het bedrijf van een andere werkgever;
geen of nagenoeg geen re-integratie-inspanningen heeft verricht enkel doordat hij te goeder trouw maar ten onrechte heeft aangenomen dat de werknemer geen duurzaam benutbare mogelijkheden had als bedoeld in artikel 2 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
De tweede categorie betreft de situatie waarin de werkgever wel concrete voorschriften heeft gegeven en maatregelen heeft genomen, maar onvoldoende, te laat of verkeerd gericht. Het bijvoorbeeld te laat inschakelen van een re-integratiebedrijf wordt de werkgever aangerekend.9 Ook is te denken aan het inschakelen van een ‘verkeerde’ deskundige. Kantonrechter Utrecht meende dat een werknemer niet hoefde mee te werken met een niet-gecertificeerde verzuimbegeleidingsorganisatie.10 De kans is groot dat inschakeling van zo’n organisatie als een verkeerd gerichte stap zou worden gezien. Wanneer de werkgever geen re-integratie-inspanningen heeft verricht omdat hij te goeder trouw, maar ten onrechte, heeft aangenomen dat de werknemer uit medisch oogpunt niet herplaatsbaar was, valt dat ook onder de tweede categorie. De werkgever gaat daarbij in de regel af op het oordeel van de bedrijfsarts, maar is en blijft zelf verantwoordelijk.
Grove nalatigheid
Het verzuim wordt onder meer aangemerkt als grove nalatigheid als de werkgever:
geen of nagenoeg geen voorschriften heeft gegeven of maatregelen heeft getroffen om de werknemer in staat te stellen de bedongen arbeid te hervatten;
geen of nagenoeg geen voorschriften heeft gegeven of maatregelen heeft getroffen om de werknemer die ook met aanpassingen niet in staat zou zijn geweest de bedongen arbeid te hervatten, in staat te stellen passende arbeid te gaan verrichten in zijn bedrijf;
geen of nagenoeg geen voorschriften heeft gegeven of maatregelen heeft getroffen om de werknemer voor wie binnen zijn bedrijf geen passende arbeid voorhanden zou zijn geweest, in staat te stellen passende arbeid te gaan verrichten in het bedrijf van een andere werkgever.
De derde categorie heeft betrekking op de situatie waarin de werkgever wel heeft voldaan aan de verplichtingen die genoemd worden in de Regeling procesgang, zoals het opstellen van een probleemanalyse en een plan van aanpak, maar waarin hij verder niets heeft gedaan om de arbeidsmogelijkheden van de werknemer te vergroten, de werkplek of de organisatie van het werk aan te passen of andere feitelijke maatregelen te treffen. De werkgever mag niet afwachten tot het voor de werknemer weer mogelijk is te hervatten in eigen werk, maar moet onderzoeken of hervatting elders (intern of extern) mogelijk was.11
Uiterste nalatigheid
Het verzuim wordt onder meer aangemerkt als uiterste nalatigheid indien de werkgever:
ook nadat de hersteltermijn is verstreken, geen re-integratieverslag aan het UWV heeft verstrekt of het re-integratieverslag niet heeft aangevuld;
blijkens het re-integratieverslag niet of nauwelijks zijn re-integratieverplichtingen is nagekomen en geen of nagenoeg geen re-integratie-inspanningen heeft verricht;
de werknemer die niet langer ongeschikt was voor de bedongen arbeid niet in de gelegenheid heeft gesteld deze te hervatten;
de werknemer niet in de gelegenheid heeft gesteld passende arbeid te gaan verrichten die in zijn bedrijf voorhanden was.
Verzuim in de zwaarste categorie betreft het oncontroleerbaar maken of blokkeren van de re-integratie door de wettelijke verplichtingen niet na te komen of niet mee te werken aan werkhervatting of herplaatsing.12
Als gezegd: er is geen rechtsgevolg verbonden aan dit onderscheid. Het biedt vooral inzicht in wat het UWV relevante tekortkomingen bij de re-integratie-inspanningen vindt. In de praktijk blijkt een aantal situaties geregeld tot een loonsanctie te leiden. De belangrijkste is het te laat inzetten van spoor 2.13
1
Het verkeerde gedaan door spoor 2 niet of niet adequaat aan te pakken
25%
2
Niets of onvoldoende gedaan in spoor 1 vanwege bedrijfseconomische redenen of laksheid
20%
3
Het verkeerde aan re-integratie gedaan in spoor 1 door te hervatten voor minder uren dan mogelijk
17%
4
Te laat iets aan re-integratie gedaan door (vanwege laksheid) het niet toepassen van richtlijnen of een periode van onterechte ‘geen benutbare mogelijkheden’
12%
5
Het verkeerde aan re-integratie gedaan in spoor 1 door het missen van een concrete herplaatsingskans
11%
6
Onterecht uitgegaan van ‘geen benutbare mogelijkheden’
9%
Bron: UWV-presentatie werkgeverscongres 2013