Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.9.1
6.9.1 De basis van de loonsanctie
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS579180:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 13 juli 2005, USZ 2005/289. Overigens vindt de CRvB het geen bezwaar dat de re-integratieinspanningen inhoudelijk niet zijn uitgewerkt in de WIA, omdat daarvoor voldoende duidelijkheid in art. 7:658a BW te vinden is, 28 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK1570. Ook in CRvB 18 november 2009, LJN BK3717 wordt dit artikel meegenomen in de motivering.
Kamerstukken II 2004/05, 30 118, nr.3, p.55.
B. Barentsen, noot onder CRvB 13 juli 2005, USZ 2005/289.
Rb. Almelo 4 februari 2005, USZ 2005/91 r.o. 5.4 en 6.
Hij wijst op strijd met de rechtszekerheid, Noordam 2003, p.441-442. Ook de Rb. Groningen heeft moeite met het invullen door het UWV van dergelijke essentiële begrippen. Hij meent dat dit een taak van de wetgever is. Rb. Groningen 27 juli 2005, LJN AU1025.
Art. II en III, Wet van 29 november 2001, Stb. 2001, 628, i.w.tr. 1 april 2002, 13 december 2001, Stb. 2001, 685.
Respectievelijk ex art. 29 lid 2 sub g jo. art. 29b ZW, art. 29 lid 2 sub e ZW en art. 29 lid 2 sub f jo. art. 29a lid 3 en 7 ZW.
Kamerstukken I 2003/04, 29 231, nr.C, p.1-2. Deze vangnetters moeten overigens worden onderscheiden van de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is afgelopen tijdens hun arbeidsongeschiktheid. Voor deze werknemers is verhaal van ziekengeld wél mogelijk. De re-integratie wordt overgenomen door het UWV op wie een soortgelijke regeling van toepassing is als voor werkgevers, Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters zonder werkgever, Stcrt. 24 juli 2007, nr.140, p.33.
De loonsanctie wordt door het UWV opgelegd aan de werkgever en is daarmee een maatregel die berust op hun onderlinge rechtsverhouding. De CRvB heeft uitgemaakt dat die rechtsverhouding wordt beheerst door de betreffende bepalingen in de WAO/WIA, de Wet REA (oud) en de Regeling SUWI en niet door artikel 7:658a BW.1 De loonsanctie kan daarom niet worden gegrond op de (civielrechtelijke) overtreding van artikel 7:658a BW, maar op artikel 25 WIA en artikel 8 en 9 REA (oud). Met de invoering van de WIA zijn artikel 8 en 9 REA echter vervallen. De regering vond dat de verantwoordelijkheid van de werkgever afdoende is geregeld in artikel 7:658a BW.2 Wat dat betekent voor de grondslag van de loonsanctie is onduidelijk.3 Die lijkt met het standpunt van de CRvB alleen te kunnen worden gebaseerd op artikel 25 WIA waarbij artikel 7:658a BW hooguit indirect, via verwijzing in het Beoordelingskader, kan worden betrokken.
In de Beleidsregels verlenging loondoorbetaling poortwachter zijn criteria opgenomen op grond waarvan het UWV, bij het niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen of het onvoldoende verrichten van re-integratie-inspanningen, het tijdvak van verlenging van de loondoorbetaling vaststelt. Na de Regeling procesgang en het Beoordelingskader zijn de Beleidsregels een logisch sluitstuk. Deze Beleidsregels zijn oorspronkelijk gebaseerd op de invoering van artikel 71a lid 9 WAO, waarin staat dat het UWV een tijdvak vaststelt voor de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting. Artikel 25 lid 9 WIA luidt vrijwel overeenkomstig.
Omdat geen AMvB is vastgesteld (lid 10) heeft het UWV deze Beleidsregels uitgevaardigd, kennelijk op grond van artikel 4:81 Awb.4 Noordam is zeer kritisch en meent dat het UWV geen normen zou mogen stellen voor sanctietarifering.5 Wetssystematisch houden artikel 71a lid 9 WAO en artikel 25 lid 9 WIA verband met artikel 7:629 lid 11 aanhef sub c en e BW, waaruit volgt dat de werkgever verplicht is om tijdens dat verlengde tijdvak loon door te betalen. Artikel 71a lid 9 WAO en 7:629 lid 11 sub e BW zijn oorspronkelijk onderdeel van de Wet verbetering poortwachter en zijn ingevoerd op 1 april 2002.6 Artikel 25 lid 9 WIA en 7:629 lid 11 sub c BW zijn ingevoerd per 29 december 2005 bij de invoering van de WIA.
De loonsanctie is alleen mogelijk bij werknemers die na 15 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden (artikel 123b WIA). In artikel 26 WIA is bepaald dat geen verlenging van de loondoorbetalingsverplichting kan worden opgelegd voor díe werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting bestaat maar die ziekengeld ontvangen. Het gaat onder andere om werknemers met een WIA-verleden en met een structurele functionele beperking, werknemers die vanwege orgaandonatie arbeidsongeschikt zijn en werknemers die arbeidsongeschikt zijn als gevolg van zwangerschap of bevalling.7 De werkgever blijft wel verantwoordelijk voor de re-integratie van deze werknemers. Hij moet de verplichtingen uit artikel 25 WIA, zoals het bijhouden van een re-integratiedossier, het opstellen van een re-integratieverslag en het daarbij gebruik maken van deskundige bijstand, gewoon naleven. Uitzondering is het opstellen en evalueren van een plan van aanpak: dat doet het
UWV. Laat de werkgever re-integratiepogingen na, dan kan het UWV geen ziekengeld op hem verhalen. Uit artikel 39a lid 1 jo. artikel 38 lid 2 ZW volgt namelijk dat verhaal van ziekengeld hier pas mogelijk is als de dienstbetrekking is geëindigd.8