Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/12.9
12.9 De balans opgemaakt
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233745:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Ook in het Unierecht zijn political questions geen onbekend verschijnsel. Zie bijv. de conclusie van A-G Wathelet van 31 mei 2016, ECLI:EU:C:2016:381, punt 52 en voetnoot 26, voor HvJ EU 28 maart 2017, ECLI:EU:C:2017:236 (Rosneft), in het kader van de mogelijkheden om bepaalde besluiten op het gebied van het buitenlands beleid aan te vechten; De Waele 2019, p. 396, in reactie op HvJ EU 10 december 2018, ECLI:EU:C:2018:999 (Wightmann) over de Brexit.
Zie paragraaf 1.3, met verdere verwijzingen.
Bijzondere vermelding verdient in dit verband de recente procedure in het Verenigd Koninkrijk tegen de omstreden beslissing van de regering-Johnson om het parlement tijdelijk te schorsen vooruitlopend op de Brexit. Over de vraag of deze beslissing aan een rechtelijke beoordeling kon worden onderworpen, en daarmee wel of niet als een political question moest worden aangemerkt, liepen de meningen uiteen. Het Britse Hooggerechtshof oordeelde, anders dan enkele lagere rechters, dan van een political question geen sprake was, om de hiervoor bedoelde beslissing van de regering uiteindelijk onverbindend te verklaren wegens strijd met de soevereiniteit en constitutionele rol van het parlement. Daarbij sloot het echter niet uit dat sommige andere beslissingen wel als een political question kunnen gelden. Zie U.K. Supreme Court 24 september 2019, 2019 UKSC 41 (Miller v. Prime Minister & Cherry and others v. Advocate General of Scotland). Zie in de Nederlandse literatuur Boogaard e.a. 2019, p. 2620. Vgl. ook Van der Hulle 2018b.
Betekent dit dat een political question-doctrine nauwelijks bruikbaar is?
Dat gaat mijns inziens te ver. Ook in diverse andere landen, zoals Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk, heeft de rechter vergelijkbare doctrines erkend.1 Het bereik van deze doctrines strekt zich vooral uit tot beslissingen en handelingen van de andere staatsmachten op het gebied van het buitenlands beleid.2 Daarmee is duidelijk dat de aan een political question-doctrine ten grondslag liggende gedachte dat de rechter zich in sommige geschillen afzijdig moet houden ook in andere landen wordt aanvaard.3
Daar komt bij dat een verwijzing naar een ‘political question-doctrine’ of een ‘political question’ vaak aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat. Met een dergelijke verwijzing kan eenvoudig worden aangegeven dat de rechter zich terughoudend moet opstellen.
Een analyse van de rechtspraak van Amerikaanse en Nederlandse rechters leert echter dat de verwijzingen naar een political question-doctrine en political questions in sommige gevallen te ver doorschieten. Strikt genomen is deze verwijzing voorbehouden aan die geschillen waarover de rechter zich in het geheel niet zou moeten uitspreken. De redenen hiervoor zijn niet gelegen in de persoonlijke omstandigheden of de identiteit van eiser, maar veeleer in de aard en het voorwerp van het voorgelegde geschil. De rechter meent dat hij in dat geval geen inhoudelijk beoordeling ‘mag’ of ‘kan’ geven. Een verwijzing naar de political question-doctrine of political questions in een andere context, waaronder in het kader van de rechterlijke remedie, is op zichzelf onjuist, hoe treffend daarmee ook kan worden aangegeven dat de rechter zich in een bepaald opzicht terughoudend zou moeten opstellen.