Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.2.3.1
5.2.3.1 Guarantee Clause
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233605:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Supreme Court 3 januari 1849, 48 U.S. 1 (Luther v. Borden). Zie paragraaf 2.3.2.
Deze benadering kan in de Amerikaanse literatuur overigens wel op steeds meer kritiek rekenen en ook lagere rechters lijken zich steeds meer bereid te tonen om de Guarantee Clause wel bij hun beoordeling te betrekken. Zie bijv. Williams 2018, p. 604-606; Louk 2020, met verdere verwijzingen. Vgl. ook U.S. Supreme Court 19 juni 1992, 505 U.S. 144 (New York v. United States), 185 (onder verwijzing naar U.S. Supreme Court 15 juni 1964, 377 U.S. 533 (Reynolds v. Sims), 582): ‘More recently, the Court has suggested that perhaps not all claims under the Guarantee Clause present nonjusticiable political questions.’ Toch is er vooralsnog geen aanwijzing dat het Hof op dit punt van koers zou zijn veranderd. Zie U.S. Supreme Court 27 juni 2019, 139 S.Ct. 2484 (Rucho v. Common Cause), 2490: ‘This Court has several times concluded […] that the Guarantee Clause does not provide the basis for a justiciable claim.’
Political questions doen zich onder meer voor in geschillen waarin een beroep wordt gedaan op de Guarantee Clause van de Amerikaanse Grondwet: ‘The United States shall guarantee to every State in this Union a Republican Form of Government.’ In de zaak Luther v. Borden en latere zaken heeft het Hooggerechtshof uitgemaakt dat handhaving van deze bepaling aan de andere staatsmachten is opgedragen. De rechter kan zich daardoor niet uitspreken over de vraag of de wijze waarop het openbaar gezag van een deelstaat is ingericht aan deze bepaling voldoet.1,2