RvdW 2024/1169:Eendaadse samenloop van opruiing (art. 131 lid 1 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285 lid 1 Sr), en belediging van ambtenaar in rechtmatige uitoefening van bediening (art. 266 lid 1 jo. 267 lid 1 onder 2 Sr), begaan tegen toenmalige burgemeester van Rotterdam. Proportionaliteit en subsidiariteit van gebiedsverbod als vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v lid 2 sub a Sr. Kon hof een gebiedsverbod opleggen voor omgeving van stadhuis van gemeente Rotterdam? ’s Hofs in zijn arrest besloten liggende oordeel dat aan verdachte opgelegd verbod zich gedurende 3 jaren in omgeving van stadhuis van gemeente Rotterdam te bevinden niet in strijd is met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt HR mede in aanmerking dat verdediging zich in hoger beroep t.a.v. oplegging van dit verbod heeft gerefereerd aan oordeel hof. V.zv. middel aanvoert dat hof in zijn motivering van zijn oordeel bepaalde concrete belangen van verdachte had moeten betrekken, mist het feitelijke grondslag, nu namens verdachte daarop geen beroep is gedaan. HR merkt nog op dat sinds 1 januari 2023 art. 6:6:23a lid 1 Sv de mogelijkheid biedt om inhoud van vrijheidsbeperkende maatregel te wijzigen. O.g.v. art. 6:6:1 lid 1 Sv kan rechter hiertoe overgaan op vordering van OvJ, op verzoek van veroordeelde, of ambtshalve. Volgt verwerping.