Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.17:8.17 Opwaardering bij stijging `Teilwert'
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.17
8.17 Opwaardering bij stijging `Teilwert'
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS343132:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
T.a.p., blz. 928.
T.a.p., blz. 315.
'Bei wirtschaftsgUtern, die bereits am Schluss des vorangegangenen Wirtschaftsjahrs zum Betriebsvermhgen geh0rt haben, kann der Steuerpflichtige in den folgenden Wirtschaftsjahren den Teilwert auch dann ansetzen, wenn er Mher ist als der letzte Bilanzansatz; es dUrfen jedoch hiichstens die Anschaffungs- oder Herstellungskosten oder der nach Nummer 5 oder 6 an deren Stelle tretende Wert angesetzt werden.'
BFH, Urteil von 12. oktober 1995, I R 179/94, DStR 27/96, blz. 1040-1041.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het kan gebeuren dat de `Teilwert' boven het niveau van het daaraan voorafgaande jaar stijgt. In een dergelijke situatie dient er een opwaardering plaats te vinden, echter maximaal tot het niveau van de aanschaffingskosten minus normale afschrijvingen.
Littmann/Bitz/Meincke1 geven aan dat dit standpunt niet in alle situaties een oplossing biedt. Zij zien een belangrijk onderscheid tussen een situatie waarbij op basis van het handelsrecht opwaardering verplicht is en een andere waarbij belanghebbende een keuzerecht heeft. Tipke/Lang2 daarentegen zijn van mening dat bij materiële vaste activa (waarop kan worden afgeschreven) geen opwaardering mag plaatsvinden (imperatief). In hun visie blijven dan ook niet-gerealiseerde winsten buiten de belastingheffing. Zij staven hun mening door te verwijzen naar § 6 I Nr. 1 Satz 4 EstG waaruit naar voren komt dat de balansposities van het voorafgaande jaar overeen moeten stemmen met de balansposities van de openingsbalans van het lopende jaar. Vaste activa waarop niet kan worden afgeschreven of vlottende activa vallen buiten deze waarderingsregel, aldus Tipke / Lang. Een in het verleden toegepaste afwaardering op lagere bedrijfswaarde kan alsdan wel ongedaan gemaakt worden, maar alleen tot maximaal het bedrag van de aanschaffings- of voortbrengingskosten: 'Nur insoweit werden auch nicht realisierte Gewinne erfasst', aldus deze auteurs.
Bij activa waarop niet kan worden afgeschreven of vlottende activa bestaat geen verplichting tot opwaardering. Dit blijkt uit § 6, Abs. 1, Nr. 2, Satz 3 EstG3 alsmede een arrest van het Bundesfinanzhof4. Daarin overweegt dit rechterlijk college: 'Eine Pflicht zur Teilwertaufstockung zu steuerlichen Zwekken besteht nicht.' Het Bundesfinanzhof gaat nog verder door het toelaatbaar te achten om een ontvangen betaling op een deels afgeboekte vordering volledig af te boeken op de afgewaardeerde vordering zonder dat partiële winstneming vereist is.