Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.6.3:3.4.3.6.3 De bewustheid in het strafrecht
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.6.3
3.4.3.6.3 De bewustheid in het strafrecht
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571175:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
A.C. ‘t Hart in zijn noot onder NJ 1997/199, punt 5, aangehaald door A-G Van Kalmthout in een conclusie van 13 december 2001, ECLI:NL:PHR:2002:AD8503, r.o. 6.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Opzet is, zoals hiervoor in paragraaf 3.4.3.2 is opgemerkt, een individuele geestesgesteldheid. Dat houdt in dat daadwerkelijk weten een vereiste voor opzet vormt. Bij voorwaardelijk opzet moet de verdachte zich daadwerkelijk bewust zijn van de aanmerkelijke kans dat de strafbaar gestelde gedraging wordt verricht of het strafbaar gestelde gevolg zich voordoet.
Als de verklaringen van de verdachte zelf geen inzicht geven in datgene wat hij daadwerkelijk heeft geweten, kan zijn vertoonde gedrag zoals het zich heeft voorgedaan, worden geïnterpreteerd. Ten behoeve van deze interpretatie kan, zoals in paragraaf 3.4.1.2 uiteengezet, gebruik worden gemaakt van algemene ervaringsregels en regels van algemene bekendheid. De mogelijkheden om op deze wijze de bewustheid te bewijzen zijn sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.
Het weten kan echter niet worden onderbouwd met de overweging dat de verdachte zich bewust had behoren te zijn of redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat er een aanmerkelijke kans was dat de strafbare gedraging zou worden verricht of het strafbare gevolg zich zou voordoen.1 Deze overweging impliceert hooguit schuld.