RvdW 2025/840:Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit soortgelijke feiten a.b.i. art. 38e lid 2 Sr BES (medeplegen uitvoer van cocaïne bij 3 eerdere transporten) na veroordeling t.z.v. medeplegen uitvoer van cocaïne uit Bonaire. Toerekening w.v.v. i.g.v. meerdere daders. Kon hof w.v.v. in zijn geheel aan betrokkene toerekenen? Enkele omstandigheid dat uit kwalificatie van wat t.l.v. betrokkene in de met ontnemingszaak samenhangende strafzaak is bewezenverklaard, volgt dat betrokkene het feit niet alleen heeft gepleegd, hoeft niet eraan in de weg te staan dat rechter het w.v.v. geheel aan betrokkene toerekent. Onder omstandigheden kan echter nadere motivering vereist zijn om die toerekening begrijpelijk te doen zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als, i.v.m. wat door of namens betrokkene ttz. in hoger beroep is aangevoerd of gelet op wat uit bewijsvoering in de met ontnemingszaak samenhangende strafzaak rechtstreeks voortvloeit m.b.t. verkrijging van voordeel door verschillende daders, voldoende duidelijke aanknopingspunten bestaan voor aannemelijkheid dat voordeel over meer daders moet worden verdeeld. Hof heeft vastgesteld dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten als feit dat in strafzaak bewezen is verklaard (medeplegen uitvoer van cocaïne bij 3 transporten die voorafgingen aan bewezenverklaard transport). Deze vaststelling berust onder meer op het voor bewijs gebruikte OVC-gesprek. In aanmerking genomen dat betrokkene in dit gesprek o.m. heeft gezegd: “Jaa, wij hadden daar al geld gemaakt/verdiend met ‘tiros’ van 60 60 60, pang pang pang, 60 60 60”, hij in de wij-vorm heeft gesproken over gevolgde werkwijze, en ook gesproken is over ‘eigen mensen’ die het er in Nederland uit halen, is ’s hofs oordeel dat w.v.v. van USD 3.960.000 in zijn geheel aan betrokkene moet worden toegerekend niet zonder meer begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/00856 C (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 80a Sr).