Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/8.6.8
8.6.8 ‘Stufenweise Wiedereingliederung’
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS574507:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vanwege de leesbaarheid spreek ik hierna steeds over geleidelijke werkhervatting. Dit staat geregeld in de paragraaf die de verhouding tot artsen regelt.
De werknemersplicht uit § 1 SGB V om mee te werken aan herstel werd vooral aangenomen in verband met medizinische en niet zozeer de berufliche Rehabilitation.
BAG 28 juli 1999, NZA 1999, 1295, I. Becker, Arbeits- und sozialrechtliche Beurteilung der stufenweisen Wiedereingliederung in das Erwerbsleben gem.§ 74 SGB V, (diss.) Centaurus: Pfaffenweiler 1995, p.74.
Dus niet alleen de verzekerden onder de Krankenversicherung, zie ook Neumann/Majerski-Pahlen, p.88.
Neumann/Majerski-Pahlen, p.88, Bijlage art. 3 AU-Richtlinien over rol Krankenkasse. Daarnaast moeten de Berufsgenossengeschaften (§ 39 SGB VII) en de regionale Deutsche Rentenversicherung (§ 15 SGB VI) meewerken. Overigens is de geleidelijke werkhervatting in SGB IX geregeld in het hoofdstuk over medizinische Rehabilitation.
Richtlinien des Bundesausschusses der Ärzte und Krankenkassen über die Beurteilung der Arbeitsunfähigkeit und die Maßnahmen zur stufenweise Wiedereingliederung, 1 januari 2004 (AU-Richtlinien) Bijlage, art. 1.
Bijlage art. 1 AU-Richtlinien.
Gagel 2001, p.989 en 991.
Sinds 1989 is in § 74 SGB V de geleidelijke werkhervatting (stufenweise Wiedereingliederung) geregeld.1 Als een arts vaststelt dat een arbeidsongeschikte verzekerde zijn arbeid (‘bisherige Tätigkeit’) gedeeltelijk kan doen en een geleidelijke werkhervatting naar verwachting leidt tot een terugkeer in het werkzame leven (‘Erwerbsleben’), moet hij op de medische verklaring over de arbeidsongeschiktheid de aard en omvang van de mogelijkheden vermelden. De wet verplichtte tot niet meer en niet minder dan die aantekening door de arts. De Krankenkasse kon daarom niet van de werknemer eisen mee te werken aan daadwerkelijke werkhervatting.2 De werknemer kon het recht daarop evenmin afdwingen; de werkgever was er niet toe verplicht. Het in de praktijk uitvoering geven aan geleidelijke werkhervatting gebeurde om die reden lang op basis van vrijwilligheid.3
Dat veranderde per 1 januari 2001 toen de geleidelijke werkhervatting in een iets andere formulering in § 28 SGB IX werd opgenomen. Als een arts vaststelt dat een arbeidsongeschikte ‘Leistungsgerechtigte’ zijn arbeid gedeeltelijk kan verrichten en een geleidelijke werkhervatting naar verwachting leidt tot een terugkeer in het werkzame leven, dan moeten de maatregelen die worden ingezet daarop zijn gericht. De formulering is ruimer dan in § 74 SGB V: de werkingssfeer is ten eerste uitgebreid tot ieder die op basis van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraken heeft tegenover een socialeverzekeringsorgaan.4 Ten tweede is de opdracht opgenomen om de concrete maatregelen die worden genomen, te richten op geleidelijke werkhervatting. Dat is een subtiele omschrijving want het schept geen rechtstreekse plicht om te werken aan geleidelijke werkhervatting. In de bepaling zelf staat niet tot wie de opdracht zich richt maar omdat de medewerking van de werkgever onontbeerlijk is, is hij de hoofdrolspeler samen met de Krankenkasse.5 Beide wetsartikelen vormen de basis voor de geleidelijke werkhervatting als re-integratiemaatregel. De definitie van geleidelijke werkhervatting is gegeven in de nationale richtlijnen rond arbeidsongeschiktheid, de zogeheten ‘AU-Richtlinien’.6 Er wordt onder verstaan:
‘der Arbeitnehmer (wird)…nach Krankheit und bisheriger Arbeitsunfähigkeitsdauer schonend, aber kontinuierlich bei fortbestehender Arbeitsunfähigkeit an die Belastungen seines Arbeitsplatzes herangeführt. Der Arbeitnehmer erhält damit die Möglichkeit, seine Belastbarkeit entsprechend dem Stand der wiedererreichten körperlichen, geistigen und seelischen Leistungsfähigkeit zu steigern’.7
Een prikkel voor werkgevers om geleidelijke werkhervatting in te zetten, bestaat er onder meer in dat hij (na de eerste zes weken) geen loon hoeft te betalen tijdens het opbouwen van de werkzaamheden. Het kost de werkgever dus niets ook al levert de werknemer een deelprestatie. Ziet een werkgever er het nut van in dan kan hij de werknemer motiveren mee te werken door een aanvulling op de uitkering te betalen, die de werknemer –naast het Krankengeld of het Übergangsgeld- mag houden.8