De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.2.2:5.2.2 Niet-betwisting van een schuldvordering
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.2.2
5.2.2 Niet-betwisting van een schuldvordering
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS377007:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3 lid 1 sub a.
Terecht meent Mankowski dat deze fictie van niet-betwisting de schuldenaar tot een actieve houding in de procedure dwingt, wanneer hij wil voorkomen dat een EET kan worden verleend. Zie P. Mankowski, 'Entwicklungen im Internationalen Privat- und Prozessrecht 200312004 (Teil 2)', RIW2004, p. 587-602 (i.h.b. p. 588).
Art. 3 lid 1 sub b.
Art. 3 lid 1 sub d.
Eveneens leidt dit ertoe dat er twee begrippen 'niet-betwist' geïntroduceerd worden, enerzijds niet-betwist naar nationaal recht, anderzijds niet-betwist in de zin van de EET-regeling.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3 geeft aan wanneer een schuldvordering als niet-betwist wordt beschouwd. In de eerste plaats is er sprake van een niet-betwiste schuldvordering indien in de loop van een gerechtelijke procedure uitdrukkelijk met de schuldvordering wordt ingestemd, door het bestaan van de schuld toe te geven dan wel indien dit in een schikking die door het gerecht is goedgekeurd, wordt bepaald.1 Eveneens wordt de schuldvordering als niet betwist beschouwd in het geval dat de wederpartij zich in de loop van de gerechtelijke procedure overeenkomstig de regels van de lidstaat van herkomst niet verweert.2 Kent het nationaal procesrecht van een lidstaat de mogelijkheid dat de verweerder zich refereert aan het oordeel van de rechter, dan dient dit ook beschouwd te worden als een niet-betwisting van de schuldvordering.3 Met een schuldvordering kan ook in een authentieke akte worden ingestemd, hetgeen dan tot een niet-betwisting van de schuldvordering in de zin van de EET-regeling leidt.4
Art. 3 lid 1 sub c leidt mijns inziens tot een opmerkelijke situatie. Op basis van deze bepaling is van niet-betwisting sprake, indien de schuldenaar niet ter terechtzitting verschijnt en evenmin wordt vertegenwoordigd, ofschoon hij de schuldvordering in de loop van de procedure aanvankelijk heeft betwist. Er geldt wel de voorwaarde dat een dergelijke handelwijze op basis van het recht van de lidstaat van herkomst gelijk te stellen is met een stilzwijgende erkenning van de schuldvordering of van de feiten. Hoe kan iemand in de loop van een procedure iets betwisten, als hij in de procedure niet verschijnt? Is er wel of geen sprake van verstekverlening? Opmerkelijk is de toevoeging dat de schuldenaar zich aanvankelijk in de procedure verweert, maar vervolgens niet verschijnt ter terechtzitting. Dit leidt ertoe dat de verstekverlening blijkbaar in sommige rechtsstelsels beoordeeld moeten worden aan de hand van de persoonlijke verschijning van de schuldenaar en niet aan de hand van het feit of deze wel of niet een verweer zou hebben gevoerd.
Naar Nederlands burgerlijk procesrecht kan tegen een verschenen gedaagde die de vordering in de procedure heeft betwist, geen verstek meer worden verleend. Art. 139 Rv bepaalt immers dat tegen een gedaagde die niet op de eerste of op een door de rechter te bepalen roldatum verschijnt, verstek wordt verleend. Dit leidt ertoe dat wanneer de verweerder op de eerste daartoe aangewezen dag verschijnt, tegen hem op een later moment geen verstek meer kan worden verleend. De procedure zal dan tot een beslissing in een contradictoire procedure leiden. Derhalve wordt niet voldaan aan de vereisten van art. 3 lid 1 EET-Vo en is de EET-waarmerking niet mogelijk. Dit is anders indien de gedaagde de vordering aanvankelijk heeft betwist maar in de loop van de procedure met de vordering heeft ingestemd en vervolgens - na de instemming - in de procedure niet meer is verschenen. In dat geval wordt voldaan aan art. 3 lid 1 sub a EET-Vo.
Art. 3 lid 2 bepaalt dat de EET-regeling tevens van toepassing is op de beslissingen die aanvankelijk met een EET zijn gewaarmerkt, maar waartegen een rechtsmiddel in de lidstaat is ingesteld. Ook de beslissing in de procedure op het rechtsmiddel dient als een beslissing over een niet-betwiste schuldvordering in de zin van de EET-regeling te worden beschouwd. Hierdoor wordt het toepassingsgebied van de regeling uitgebreid, hetgeen tot gevolg heeft dat het enkel instellen van een rechtsmiddel door de debiteur niet ertoe kan leiden dat de beslissing niet met een EET gewaarmerkt kan worden.5