De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.3:4.3 De enkelvoudige kamer
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.3
4.3 De enkelvoudige kamer
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174118:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de voormalige koloniën van Nederland werd de alleensprekende rechter aangeduid met ‘gerecht’, terwijl een rechtsprekend college ‘rechtbank’ heette (Van Vollenhoven 1934, p. 317).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De enkelvoudige kamer bestaat uit één persoon: een rechtspreker. Dat is niet met zoveel woorden vastgelegd in de wet, maar het valt op te maken uit een aantal bepalingen over de enkelvoudige kamer (art. 14, eerste lid, jo. art. 20, eerste lid, onder c Wet RO). De rechtspreker in enkelvoudige kamer is rechter, raadsheer of staatsraad. De enkelvoudig zittende rechter wordt ook wel alleensprekende rechter, unus of unicus iudex dan wel unusrechter genoemd.1
Enkelvoudige kamers komen voor in de rechtbanken, de gerechtshoven, de Hoge Raad en in gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. De wet kent diverse voorbeelden van institutionele unusrechters, van wie de belangrijkste de kantonrechter, de politierechter, de kinderrechter, de voorzieningenrechter, de rechter-commissaris en de rolrechter zijn.
4.3.1 Kantonrechter4.3.2 Politierechter4.3.3 Kinderrechter4.3.4 Voorzieningenrechter4.3.5 Rechter-commissaris4.3.6 Rolrechter