Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1027
Omzetting gevangenisstraf in taakstraf in het kader van een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. Artikel 22d, derde lid, Sr is — hoewel de bepaling niet wordt genoemd in artikel 6:6:21, tweede lid, Sv — van overeenkomstige toepassing.
HR 22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1411
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/00503
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1411, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:780, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑01‑2024
- Wetingang
Art. 22b, 22d Sr; art. 6:6:21 Sv
Essentie
Het hof wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf toe en zet deze om in een taakstraf van 100 uren, te vervangen door 165 dagen vervangende hechtenis. Daarbij heeft het hof miskend dat artikel 22d, derde lid, Sr, voor elke twee uren van de taakstraf wordt niet meer dan één dag opgelegd, van overeenkomstige toepassing is. Dat deze bepaling niet is opgenomen in artikel 6:6:21, tweede lid, Sv, berust op een kennelijke misslag van de wetgever.
Samenvatting
Op grond van artikel 6:6:21 lid 2 Sv, kan de rechter een taakstraf ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.