De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.13.2:5.13.2 Tenuitvoerlegging volgens de wet van de lidstaat van tenuitvoerlegging
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.13.2
5.13.2 Tenuitvoerlegging volgens de wet van de lidstaat van tenuitvoerlegging
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS380656:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 39 EEX-Vo geeft een regeling van de relatieve competentie van de exequaturrechter. Voor de executie van een EET-gewaarmerkte beslissing behoeft geen exequatur te worden gevraagd. Zie art. 5 EET-Vo.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge art. 20 wordt de tenuitvoerlegging van een EET-gewaarmerkte beslissing beheerst door de wet van de lidstaat van tenuitvoerlegging. Deze ruime formulering heeft tot gevolg dat niet alleen de materieelrechtelijke aspecten van de tenuitvoerlegging - bijv. de vraag in welk vermogen van de schuldenaar geëxecuteerd mag worden - door dat recht worden beheerst, maar tevens de procesrechtelijke aspecten, zoals welke bescheiden moeten worden overhandigd, welke instanties moeten worden ingeschakeld, of voor de feitelijke tenuitvoerlegging een rechterlijke toestemming nodig is, etc. Dit betekent eveneens dat de EET-Verordening geen met art. 39 EEX-Vo1 vergelijkbare bepaling behoeft te bevatten. Zowel de absolute als de relatieve competentie van de rechter die eventueel moet worden aangezocht, worden mijns inziens geregeld door de wet van de lidstaat waar de tenuitvoerlegging plaatsvindt.