Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/147
Dat de cocaïne in Nederland is geleverd aan een politiepseudokoper, sluit niet uit dat sprake kan zijn van ‘buiten het grondgebied brengen’ als bedoeld in art. 2 onder A Opiumwet.
HR 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1943
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/04584
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Politierecht / Algemeen
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1943, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1191, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑02‑2025
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. Dat de cocaïne in Nederland is geleverd aan een politiepseudokoper, sluit niet uit dat sprake kan zijn van ‘buiten het grondgebied brengen’ als bedoeld in art. 2 onder A Opiumwet.
Samenvatting
Onder ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ wordt mede begrepen het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden (vgl. HR 6 januari 2004, NJ 2004/180). Dat de cocaïne in Nederland is geleverd aan een pseudokoper in dienst van de politie, sluit niet uit dat sprake kan zijn van ‘buiten het grondgebied brengen’ als bedoeld in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.