Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/173
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat haar rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9 lid 2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat hof heeft vastgesteld dat besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs aan verdachte in persoon is uitgereikt, worden afgeleid dat verdachte ‘redelijkerwijs moest weten’ dat haar rijbewijs ongeldig was verklaard? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 16-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1787
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/03877
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1787, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1223, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑11‑2025
Essentie
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat haar rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9 lid 2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat hof heeft vastgesteld dat besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs aan verdachte in persoon is uitgereikt, worden afgeleid dat verdachte ‘redelijkerwijs moest weten’ dat haar rijbewijs ongeldig was verklaard? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03877
Datum 16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2024, nummer 20-000808-24, in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.