Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/158
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting, nu administratie van verdachte (vennootschap) is vernietigd, art. 359a Sv. 2. Bewijsklacht bestemming. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte ‘wist dan wel ernstige reden had om te vermoeden’ dat stoffen, voorwerpen en gegevens ‘bestemd waren tot’ plegen van 1 van de in art. 11 lid 3 en art. 11 lid 5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/159 en RvdW 2026/160 en met 23/03303 P en 23/03306 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
HR 16-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1940
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03301
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1940, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1165, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑11‑2025
Essentie
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting, nu administratie van verdachte (vennootschap) is vernietigd, art. 359a Sv. 2. Bewijsklacht bestemming. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte ‘wist dan wel ernstige reden had om te vermoeden’ dat stoffen, voorwerpen en gegevens ‘bestemd waren tot’ plegen van 1 van de in art. 11 lid 3 en art. 11 lid 5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/159 en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.