Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/149
Feitelijk leidinggeven aan opzettelijk verrichten van werkzaamheden gericht op verlenen van trustdiensten door trustkantoor met zetel in niet-aangewezen staat (Cyprus) dat niet beschikt over vergunning van toezichthouder (art. 2 lid 3 Wet toezicht trustkantoren (oud)). 1. Had hof verdachte moeten ontslaan van alle rechtsvervolging wegens onverenigbaarheid van regeling van art. 2 Wtt (oud) met verbod op beperkingen op vrij verrichten van diensten a.b.i. art. 56 VWEU? 2. Ambtshalve cassatie i.v.m. partiële verjaring van opzettelijke overtreding art. 2 lid 3 Wtt (oud)? Ad 1. Om redenen vermeld in RvdW 2026/142 faalt klacht en kan worden afgezien van stellen van prejudiciële vraag aan HvJ EU. Ad 2. HR ambtshalve: HR merkt n.a.v. CAG op dat verdachte om redenen vermeld in ECLI:NL:HR:2025:1877 onvoldoende belang heeft bij ambtshalve beoordeling van verjaring van tlgd. feit, met dien verstande dat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2026/142. CAG: anders t.a.v. verjaring.
HR 16-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1939
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/00557
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1939, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:683, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑06‑2025
Essentie
Feitelijk leidinggeven aan opzettelijk verrichten van werkzaamheden gericht op verlenen van trustdiensten door trustkantoor met zetel in niet-aangewezen staat (Cyprus) dat niet beschikt over vergunning van toezichthouder (art. 2lid 3Wet toezicht trustkantoren (oud)). 1. Had hof verdachte moeten ontslaan van alle rechtsvervolging wegens onverenigbaarheid van regeling van art. 2Wtt (oud) met verbod op beperkingen op vrij verrichten van diensten a.b.i. art. 56 VWEU? 2. Ambtshalve cassatie i.v.m. partiële verjaring van opzettelijke overtreding art. 2lid 3Wtt (oud)? Ad 1. Om redenen vermeld in RvdW 2026/142 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.