Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1055
Jeugdzaak. Verkrachting van 12-jarige medebewoonster in instelling voor jongeren met gedragsproblematiek door 14-jarige verdachte, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Heeft hof in het bijzonder redenen opgegeven voor gebruik voor bewijs van verklaring bij Rh-C van getuige die toen nog niet 16 jaren oud was? Art. 360 lid 1 jo. art. 216a lid 2 Sv. 2. Afwijzing van verzoek tot benoeming van rechtspsycholoog. Bewijsklacht en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van slachtoffer, art. 359 lid 2 Sv. Ad. 1. O.g.v. art. 360 lid 1 jo. art. 216a lid 2 Sv moet rechter zich ervan rekenschap geven dat tegenover R-C afgelegde verklaring van getuige die leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt, niet onder ede is afgelegd, en moet rechter (vanwege ontbreken van die waarborg voor betrouwbaarheid van verklaring) het gebruik ervan voor bewijs motiveren. Hof heeft voor bewijs gebruikt p-v van een bij Rh-C afgelegde verklaring van toen nog niet 16 jaar oude getuige. Dit bewijsmiddel moet worden aangemerkt als p-v van verhoor van getuige a.b.i. art. 216a lid 2 Sv. Hof heeft geoordeeld dat het ‘verklaringen van aangeefster’ betrouwbaar acht. Daarbij heeft hof betrokken dat inhoud hiervan onderling consistent is, dat getuige op belangrijke punten steeds hetzelfde heeft verklaard, en dat verklaringen verder bevestiging vinden in resultaten van DNA-onderzoek en in verklaringen van andere getuigen. Hof heeft daarmee niet onbegrijpelijk tot uitdrukking gebracht dat en waarom het de voor bewijs gebruikte verklaringen van getuige, waaronder door haar bij Rh-C afgelegde verklaring, betrouwbaar acht. Dat brengt mee dat hof zijn beslissing, ook in licht van wat is vooropgesteld, toereikend heeft gemotiveerd. Ad. 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft voor afwijzing van voorwaardelijk verzoek niet uitsluitend verwezen naar eerdere afwijzingen van hetzelfde verzoek, maar heeft afwijzing gebaseerd op feiten omstandigheden die aan nieuw voorwaardelijk verzoek ten grondslag lagen. Bewezenverklaring is ook in licht van verweer toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter en dat bij verwerping van uos niet op elk detail van argumentatie hoeft te worden ingegaan. Volgt verwerping.
HR 22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1511
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03278 J
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Jeugdstrafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1511, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:830, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑08‑2024
Essentie
Jeugdzaak. Verkrachting van 12-jarige medebewoonster in instelling voor jongeren met gedragsproblematiek door 14-jarige verdachte, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Heeft hof in het bijzonder redenen opgegeven voor gebruik voor bewijs van verklaring bij Rh-C van getuige die toen nog niet 16 jaren oud was? Art. 360 lid 1 jo. art. 216a lid 2 Sv. 2. Afwijzing van verzoek tot benoeming van rechtspsycholoog. Bewijsklacht en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van slachtoffer, art. 359 lid 2 Sv. Ad. 1. O.g.v. art. 360 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.