Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1029
OM-cassatie. De beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie vanwege een zeer forse overschrijding van de redelijke termijn, als gevolg waarvan inbreuk is gemaakt op de verdedigingsrechten van de verdachte, is niet toereikend gemotiveerd.
HR 22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1413
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/01859
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1413, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:879, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑12‑2023
- Wetingang
Art. 6 lid 1 EVRM
Essentie
OM-cassatie. Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Daaraan legt het ten grondslag dat in deze zaak niet alleen sprake is van een onevenredig lang tijdsverloop, maar van bijkomende, uitzonderlijke omstandigheden waarbij sprake is van inbreuken op de verdedigingsrechten van de verdachte, waardoor de waarheidsvinding ernstig in het gedrang is gekomen. Het hof acht daarom de behandeling van de zaak in strijd met het recht op een eerlijk proces.
Samenvatting
Het hof heeft geoordeeld dat naast de algemene gevolgen van — onevenredig — tijdsverloop, zoals het gedurende lange tijd moeten leven onder de dreiging van de strafvervolging en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.