Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/133
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Jeugdrecht. Procesrecht. Plaatsing kind in pleeggezin als pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt. Ontbreken wettelijke regeling geschillen over uitvoering voogdij.
HR 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1948
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04460
- Conclusie
A-G mr. L.M. Coenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1948, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:825, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑07‑2025
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Jeugdrecht. Procesrecht. Plaatsing kind in pleeggezin als pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt. Ontbreken wettelijke regeling geschillen over uitvoering voogdij.
Samenvatting
Aan plaatsing bij een (netwerk)pleeggezin staat de omstandigheid dat screening van dat pleeggezin door een pleegzorgaanbieder niet heeft plaatsgevonden, als zodanig niet in de weg. Ook de omstandigheid dat een screening van het pleeggezin wel heeft plaatsgevonden maar geen positieve uitkomst heeft, of de omstandigheid dat de pleegzorgaanbieder niet of niet langer verantwoordelijkheid voor die plaatsing wil dragen omdat hij van oordeel is dat grote veiligheidsrisico’s voor de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.