Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.7.4
6.7.4 Beoordelingskader voor re-integratie-inspanningen
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS575646:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Wet verbetering poortwachter is met ingang van 1 april 2002 van kracht geworden. Onderdeel daarvan was de invoering van artikel 34a lid 1 WAO, waarin deze toets staat. Met de invoering van de WIA per 29 december 2005 is voor arbeidsongeschiktheidsgevallen van ná 1 januari 2004 een soortgelijk regime van kracht (artikel 65 WIA).
Andere betrokken organisaties bij de vaststelling van het beoordelingskader zijn: de CG-Raad, arbo-diensten, de beroepsverenigingen van bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, de ministeries van SZW, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de particuliere verzekeraars.
Concreet gaat het dan om art. 25, 28 en 71a WAO, 25 en 28 WIA, 7:658a en 660a BW, de arresten Roovers/De Toekomst (NJ 1978/248), Van Haaren/Cehave (NJ 1986/309) en Goldsteen/Roeland (NJ 1992/441) en het Schattingsbesluit, met daarbij bijv. de NVAB-richtlijn ‘Lage Rugpijn’ en de STECR-werkwijzer ‘Arbeidsconflicten’.
Regeling van 3 december 2002, Stcrt. 2002, 236. Nadien is het beoordelingskader gewijzigd bij besluit van 20 januari 2005 en in werking getreden per 1 maart 2005 (Regeling van 20 januari 2005, Stcrt. 2005, 79). Door dewijziging is aan de bijlage één hoofdstuk toegevoegd dat betrekking heeft op de re-integratie-inspanningen voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het beoordelingskader is herzien vanwege de ervaringen met de vorige beleidsregels, de invoering van de verlenging van loondoorbetaling bij ziekte naar 104 weken per 1 januari 2004 én de invoering van de WIA per 29 december 2005. De herziening is van kracht geworden op 18 november 2006, Stcrt. 2006, 224.
Beleidsregels beoordelingskader poortwachter, p.3.
CRvB 28 oktober 2009, LJN BK1570 en CRvB 18 november 2009, LJN BK3717. Zie ook Kamerstukken II 2004/05, 30 034, nr.3, p.35.
CRvB 17 augustus 2011, LJN BR5270.
CRvB 22 februari 2012, LJN BV8096, de circulaire is op zichzelf toegestaan en blijft binnen het kader van de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter.
C. van der Krogt, ‘Het tweede-spoortraject als struikelblok voor een juiste re-integratie van de zieke werknemer’, ArbeidsRecht 2013/58. Fluit noemt het ‘slechts’ een interne instructie maar wijst wel op discrepantie met art.65 WIA en de Beleidsregels, P.S. Fluit, ‘De loonsanctie en het tweede spoor’ in: G.C. Boot, De zieke werknemer in beweging, Sdu Uitgevers: Den Haag, p.38. Zijn standpunt lijkt correct, p.57.
Barentsen/Fleuren-van Walsem, p.21.
Zie o.m. CRvB 2 november 2011, LJN BU3224, CRvB 18 april 2012, LJN BW3132 en CRvB 9 mei 2012, LJN BW5838.
CRvB 14 december 2011, LJN BU7955.
Rb. Amsterdam 11 november 2011, LJN BU8675.
P.S. Fluit, ‘Beoordelingskader re-integratie-inspanningen’, Sociaal Recht 2003/23, p.93.
CRvB 13 juli 2005, USZ 2005/289.
Art. 32 lid 1, 2 en 3 SUWI.
Kritisch daarover: P.S. Fluit, ‘Beoordelingskader re-integratie-inspanningen’, Sociaal Recht 2003/23, p.95.
Het UWV beoordeelt of werkgever en werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht.1 Omdat voorheen een breed gedragen normering van de door werkgever en werknemer te leveren reintegratie- inspanningen ontbrak, konden de uitvoeringsinstellingen die niet op een uniforme en transparante wijze toetsen. Daarom heeft het UWV in samenspraak met alle bij ‘poortwachter’ betrokken organisaties (zoals werkgevers- en werknemersorganisaties) een beoordelingskader voor de re-integratie-inspanningen vastgesteld.2 De wettelijke basis voor de Regeling beleidsregels beoordelingskader poortwachter (Beoordelingskader) ligt in artikel 71a lid 9 jo. lid 10 WAO en artikel 25 lid 9 tot en met 16 WIA. Het Beoordelingskader bevat volgens de toelichting geen nieuw UWV-beleid en ook geen UWV-voorschriften. Het geeft een door alle partijen onderschreven interpretatie en nadere uitwerking van de criteria, waaraan re-integratie-inspanningen moeten worden getoetst. De inhoud is gebaseerd op wettelijke voorschriften, jurisprudentie en algemeen aanvaarde standaarden en protocollen.3 Het Besluit waarbij het beoordelingskader is vastgesteld, bestaat uit twee artikelen en een bijlage: de materiële bepalingen zijn opgenomen in de bijlage, waarnaar in artikel 1 van het Besluit wordt verwezen. Uit artikel 2 volgt dat het Besluit in werking trad op 8 december 2002.4
Concreet geeft het UWV in het Beoordelingskader een opsomming van vragen rond de ‘Poortwachterplichten’ en medische en arbeidskundige aspecten waarop hij antwoord zal willen krijgen.5 Uiteindelijk leidt de toetsing van de antwoorden tot het oordeel dat met het re-integratietraject een ‘bevredigend’ of een ‘onbevredigend’ resultaat is bereikt. Het UWV toetst tegen de achtergrond van het doel van de ‘Poortwachterplichten’, namelijk om bij ziekte te voorzien in een tijdige en adequate verzuim- en re-integratieaanpak, waardoor het functioneren van de werknemer in de arbeid zo snel en volledig mogelijk wordt hersteld en langdurig verzuim en WIA-instroom wordt voorkomen.
De CRvB heeft vastgesteld dat het UWV met dit Beoordelingskader blijft binnen de grenzen die artikel 25 lid 9 WIA, artikel 7:658a BW en de Regeling procesgang stellen.6 Het Beoordelingskader is in circulaire 09C002 van 2 maart 2009, uitgewerkt zodat UWV een uniform loonsanctiebeleid hanteert. De circulaire bevat aandachtspunten voor de Landelijke Loonsanctie Commissie die binnen het UWV de consistentie van de verschillende loonsanctiebesluiten bewaakt. De circulaire geldt als een concretisering van het Beoordelingskader, maar is niet openbaar.7 Het niet volgen van de circulaire levert strijd met de wet op.8 Naast de circulaire is er vanaf maart 2011 ook een werkwijzer voor arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen van UWV voor de beoordeling van het re-integratieverslag, de zogeheten ‘RIV-toets in de praktijk’. Het is een weergave van ‘best practices’. Het doel van de Werkwijzer is zowel concrete beoordelingscriteria als praktische aanwijzingen te bieden aan de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. Op die manier kan kwaliteit worden verbeterd en uniformiteit worden bevorderd. De juridische status van de Werkwijzer is nog niet getoetst.9
Het UWV buigt zich dus in het kader van de beoordeling van een WIA-aanvraag over de (voor)vraag of werkgever en werknemer ‘in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht’. Volgens de regering is het verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen een polisvoorwaarde voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Werkgever en werknemer moeten er alles aan doen om een beroep op die verzekering te voorkomen.10 De CRvB hanteert een vaste lijn dat de beoordeling van de re-integratie-inspanningen los staat van andere beoordelingen van de arbeidsongeschiktheid. Veelvuldig wordt tegen een loonsanctie aangevoerd dat uit de (uiteindelijke) WIA-beschikking blijkt dat de werknemer inderdaad te grote beperkingen had en dat de werkgever dus niets anders of niets meer kon doen of had kunnen doen aan re-integratie. Volgens de CRvB zegt de uitkomst van een WGA-oordeel niets over het al dan niet hebben verricht van voldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever.11 Hetzelfde geldt voor het krijgen van een IVA-uitkering.12 Rb. Amsterdam vond dat ook het oordeel van het UWV omtrent volledige arbeidsongeschiktheid in een ontslagvergunningsprocedure niets zegt over het achterwege kunnen laten van re-integratie-inspanningen, als in de ontslagprocedure werd aangenomen dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden bestonden.13
In het Beoordelingskader verklaart het UWV zelf dat zij dit kader hanteert uit hoofde van haar wettelijke taak om bij een WIA-aanvraag re-integratie-inspanningen te toetsen. Omdat die toets kan leiden tot een bestuursrechtelijke sanctieoplegging, te weten een verlenging van de loondoorbetalingsverplichting of een korting op een WIA-uitkering (of WW), geeft het UWV aan bij de motivering van dergelijke sancties naar het Beoordelingskader te zullen verwijzen. Hoewel het Beoordelingskader vooral van belang is in de relatie tussen UWV en werkgever respectievelijk werknemer, gaat er een reflexwerking van uit voor de relatie tussen werkgever en werknemer. Concreet volgt uit de Regeling procesgang namelijk dat zij afspraken moeten maken over re-integratie. Bij het maken van die afspraken kan het Beoordelingskader hen een houvast bieden voor wat redelijk is.14 Het UWV noemt in de toelichting uitdrukkelijk ook deze functie. De arbeidsrechtelijke re-integratieinspanningen van werkgever en werknemer en de bestuursrechtelijke verhouding tussen werkgever/werknemer en UWV liggen in elkaars verlengde, waarbij de CRvB van mening is dat de verhouding tussen werkgever en UWV niet wordt beheerst door artikel 7:658a BW maar door (onder andere) artikel 25 WIA.15 Uitgangspunt in arbeidsrechtelijke jurisprudentie is dat werkgever en werknemer van elkaar niet méér kunnen verwachten dan redelijk is. Het UWV toetst eveneens aan de hand van de redelijkheid.
Daarnaast lijkt een rol weggelegd voor het Beoordelingskader bij het vragen van een deskundigenoordeel. Een werkgever of werknemer kan aan het UWV verzoeken een deskundigenoordeel te geven over de vraag of de werkgever ten aanzien van zijn zieke werknemer voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht.16 In de regel wordt zo’n oordeel gevraagd in de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid. Het ligt voor de hand dat het UWV bij het onderzoek in het kader van zo’n deskundigenoordeel teruggrijpt op het Beoordelingskader. Artikel 32 SUWI biedt overigens geen mogelijkheid om een deskundigenoordeel te vragen of de re-integratie- inspanningen van dewerknemer in het algemeen voldoende en geschikt zijn.17 Zo’n oordeel blijft beperkt tot de vraag of de werknemer artikel 7:660a BW heeft nageleefd.
Vervolgens kan het Beoordelingskader een rol spelen bij ontslagvergunningsaanvragen tijdens arbeidsongeschiktheid. Bij een ontslagvergunningsaanvraag vanwege het niet-naleven door de werknemer van de verplichtingen uit artikel 7:660a BW, neemt de arbeidsjuridische dienst van het UWV in zijn besluitvorming een advies van het UWV daarover mede in beschouwing (artikel 5:1 lid 4 Ontslagbesluit). Het lijkt vanzelfsprekend dat het UWV dat advies opstelt gebruikmakend van het Beoordelingskader.