Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/5.3:5.3 Wetsystematische en wets- en rechtshistorische analyse
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/5.3
5.3 Wetsystematische en wets- en rechtshistorische analyse
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS349742:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
5.3.1 Behoorlijke taakvervulling behelst blijkens wetsgeschiedenis een objectieve toets terwijl ernstig verwijt in de oorspronkelijke betekenis een subjectieve toets behelst5.3.2 Onbehoorlijke taakvervulling houdt rekening met beleidsruimte in het licht van maatman-bestuurder5.3.3 Het onderscheid tussen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, respectievelijk de inspannings- en de resultaatsverbintenis5.3.4 De analogie tussen de bestuurder en de beroepsbeoefenaar en de norm van art. 7:401 BW5.3.5 Rechtsgrond voor aansprakelijkheid: art. 2:9 BW derogeert aan arbeidsrechtelijke verhouding5.3.6 De ratio en systematiek van art. 2:9 BW: stelplicht en bewijslast5.3.7 Maatstaf past niet bij de uit het collegialiteitsbeginsel voortvloeiende verbintenis tot een collegiale taakuitoefening5.3.8 Maatstaf wel in art. 2:9 BW, maar niet in art. 2:138/248 BW5.3.9 De maatstaf en zijn rechtvaardiging verhoudt zich niet met fundamentele bestuursverplichtingen zoals art. 2:10 BW en art. 2:394 BW5.3.10 Maatstaf is vooral gericht op bestuurders (van kapitaalvennootschappen) die moeten ondernemen5.3.11 Het gevaar van hindsight bias en een ‘vaderlijke aanmaning’ aan de feitenrechter