De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/2.6.2:2.6.2 De functies van de paritas creditorum
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/2.6.2
2.6.2 De functies van de paritas creditorum
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686161:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een schuldeiser het recht heeft om te participeren in de beslagexecutie, maar niet kan aantonen dat aan zijn vordering een voorrangsrecht is verbonden, deelt artikel 3:277 lid 1 BW deze schuldeiser in bij de groep van concurrente schuldeisers. De paritas creditorum bewerkstelligt hierbij dat de vordering van deze concurrente schuldeiser gelijk wordt behandeld ten opzichte van de overige vorderingen van concurrente schuldeisers. De vordering van de schuldeiser wordt opgenomen in de staat van verdeling en voor alle concurrente vorderingen die zijn opgenomen in de staat van verdeling geldt een gelijke verdelingsmaatstaf. Deze functie noem ik de formele functie van de paritas creditorum. In artikel 3:277 lid 1 BW komt deze functie tot uitdrukking in de woorden: “Schuldeisers hebben onderling een gelijk recht”. Deze functie zorgt dus voor een gelijke behandeling van de concurrente schuldeisers bij de verdeling van de netto-opbrengst.
De formele functie maakt echter niet duidelijk welke verdelingsmaatstaf moet worden gehanteerd. In theorie kan de verdeling op tal van wijzen plaatsvinden: op basis van ouderdom van vorderingen (bezien vanaf het moment van ontstaan van de vordering) of juist op volgorde van beslaglegging (wie het eerst komt, het eerst maalt) om maar twee willekeurige voorbeelden te noemen. Dat brengt mij op de verdelingsfunctie van de paritas creditorum, de functie die door mij ook wel wordt aangeduid als de materiële functie. Deze functie houdt in dat de regel zorgt voor een verdeling van de netto-opbrengst naar evenredigheid van de vorderingen van de concurrente schuldeisers. In artikel 3:277 lid 1 BW komt deze functie tot uitdrukking in de woorden: “na voldoening van de kosten van executie, uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering”.
De in artikel 3:277 lid 1 BW neergelegde regel van de paritas creditorum heeft in het kader van de beslagexecutie dus twee functies: het bewaken van de gelijke behandeling bij de verdeling (de formele functie) en het verdelen van de netto-opbrengst, na voldoening van de kosten van de executie, naar evenredigheid van de vorderingen van de concurrente schuldeisers van de schuldenaar (de materiële functie). Om het onderscheid tussen de formele en de materiële functie in het kader van een verdeling in zijn algemeenheid duidelijker te maken, geef ik een voorbeeld. Stel: twaalf schuldeisers hebben ieder € 100,00 te vorderen, terwijl er slechts € 100,00 ter verdeling beschikbaar is. Indien gekozen wordt voor het toeval als verdelingscriterium, kan via een loting worden bepaald aan welke schuldeiser de € 100,00 moet worden toebedeeld. Indien iedere schuldeiser een nummer van één tot twaalf ontvangt en door het gooien met twee dobbelstenen tegelijkertijd wordt bepaald aan welke schuldeiser de € 100,00 toekomt, is er geen sprake van een gelijke behandeling van de schuldeisers. Immers, de kans op ieder nummer is niet gelijk. De theoretische kans dat bijvoorbeeld het getal 7 wordt gegooid, is groter dan dat bijvoorbeeld het getal 3 wordt gegooid. De schuldeisers worden alsdan ongelijk behandeld. De ongelijkheid ligt in de gevolgde procedure die niet leidt tot een kansengelijkheid bij het maken van aanspraak op het te verdelen bedrag. Je zou ook kunnen zeggen: de formele functie bewaakt de procedurele rechtvaardigheid. Bij procedurele rechtvaardigheid gaat het om de wijze, de procedure, waarop de verdeling tot stand komt. De formele functie staat derhalve geheel los van de uitkomst. Een schuldeiser kan op een eerlijke (lees: gelijke) manier worden behandeld in het kader van de verdelingsprocedure, maar uiteindelijk toch achter het net vissen. De materiële functie bepaalt uiteindelijk of een schuldeiser daadwerkelijk (een deel van) de koek ontvangt. Bij distributieve rechtvaardigheid gaat het om de waargenomen eerlijkheid van de verdeling zelf. Je zou ook kunnen zeggen: bij de materiële functie gaat om de distributieve rechtvaardigheid.
In het verlengde hiervan merk ik nog op dat het dus ook mogelijk is om te wijzigen van verdelingsmaatstaf zonder dat de gelijkheid van de schuldeisers in het geding hoeft te komen. Als in het geval van de paritas creditorum de formele functie gehandhaafd blijft, terwijl de materiële functie wijzigt, is er nog steeds sprake van een regel die de gelijke behandeling van de schuldeisers bij de verdeling bewaakt. Intussen vindt de verdeling uiteindelijk plaats op basis van een andere verdelingsmaatstaf.