Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.6.2
8.6.2 Het weerleggen van een `Teilwertvermoeden'
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS345519:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
BFH 26 augustus 1958, BstBl III 58, 420, 421.
BFH 25 oktober 1972, GrS BstBl. II 73,79; 73,81; BFH 20 mei 1988, BStBI. 89,269; BFH 27 juli 1988, BStBL 1989, 274; BFH 30 november 1988, SStBL 1990, 119.
Das Einkommensteuerrecht, 15. v011ig neubearbeitete Auflage, blz. 924, 1991, Schaffer Verlag far Wirtschaft und Steuern GmbH Stuttgart.
BFH 4 juni 1959, BFH IV 115/59, BStB1. blz. 325.
BFH 4 december 1991, I R 148/90, BStB1. II 1992, 383, DStR 1992, 538 en BFH 22 januari 1992, I R 43/91, BStBl. II 1992, 529, DStR 1992, 709.
R. Saller, DStR 27/96, blz. 1037.
BMF, schrijven van 12 maart 1996, DStR 1996, 508.
Indien de periode tussen balansdatum en datum van aankoop of herstel relatief kort is, wordt de `Teilwerf geacht gelijk te zijn aan de aanschafkosten of kosten van herstel. Uitgangspunt is daarbij de veronderstelde zakelijkheid van de gepleegde investering c.q. handelstransactie. Slechts in de twee hiernavolgende situaties kan er sprake zijn van afwaardering op lagere `Teilwert'.
a. in een noodsituatie bij aankoop of herstel die van voorbijgaande aard is
Als een machine1 voor een veel te hoog bedrag gekocht moet worden omdat de ondernemer deze op korte termijn dringend nodig heeft, mag er van een noodsituatie worden uitgegaan. Geredeneerd wordt namelijk dat de ondernemer zich op dat moment als het ware in een economische dwangpositie (wirtschaftliche Zwangslage) bevindt. In een 'normale' marktsituatie daarentegen is op balansdatum de lagere bedrijfswaarde van de machine gelijk te stellen met de 'normale' marktprijs op de inkoopmarkt. Dat wil zeggen, men kijkt naar de normale marktsituatie en bepaalt op basis daarvan de `Teilwerf.
b. bij een evidente miskoop (Fehlmassnahme)
Volgens het Bundesfinanzhof2 is er sprake van een miskoop indien een ondernemer duidelijk een vergissing heeft gemaakt of indien de beslissing van de ondernemer primair door onzakelijke en enkel en alleen persoonlijke motieven is ingegeven. Een miskoop is niet aan de orde als een ondernemer louter teleurgesteld is over de opbrengsten die met het bedrijfsmiddel zijn behaald. Littmann/ Bitz / Meincke3 interpreteren de uitspraak van het Bundesfinanzhof ruim en komen tot conclusie dat zowel een onbewuste als een bewuste miskoop kan leiden tot een afwaardering op lagere bedrijfswaarde.
Een ander voorbeeld uit de jurisprudentie aangaande een miskoop is een uitspraak van 4 juni 19594 waarbij het ging om een belastingplichtige die in eigen
beheer een boek trachtte uit te geven. Het boek bleek echter (nagenoeg) onverkoopbaar waardoor de opbrengsten de gedane uitgaven niet dekten.
Alhoewel de Nederlandse doctrine spreekt over 'miskoop', is de Duitse omschrijving Tehlmassnahme' ruimer. Dit begrip zou vertaald kunnen worden als
`verkeerde beslissing' of 'verkeerde maatregel'. Daar waar in de Nederlandse situatie teleurgestelde toekomstverwachtingen geen aanleiding kunnen vormen voor de afwaardering van een activum op lagere bedrijfswaarde, lijkt die moge
lijkheid in Duitsland in beginsel wel te bestaan.
Dat het aannemelijk maken van een miskoop geen eenvoudige opgave is, kan worden geïllustreerd aan de hand van jurisprudentie betreffende tonnage-vergunningen in het beroepsgoederenvervoer. In twee arresten5 had het Bun
desfinanzhof als oordeel uitgesproken dat een afwaardering op lagere bedrijfswaarde niet mogelijk was. Volgens Saller6 heeft belanghebbende alsdan alleen nog de mogelijkheid om zich te beroepen op een zogenaamde `Fehlmassnahme'. Hij schrijft vervolgens: 'In der Vergangenheit war es daher in je
dem Einzelfall erforderlich, ein Gutachten eines Wentlich bestellten Sachversdndigen iiber die Wertminderung der gekauften Konzession vorzulegen, um
zu einem Teilwertansatz gem. § 6, Abs. 1, Nr. 2 Satz 2 EStG zu kommen. Das war nicht nur teuer, sondern auch umsdndlich und entsprach M.ngst nicht mehr
der Tatsachenlage.'
Een moeizaam waarderingsproces derhalve, dat veel tijd vergt en bovendien
nogal kostbaar is. Inmiddels heeft het Duitse ministerie van Financiën (gezien de toenemende liberalisering in Europees verband van het beroepsgoederenvervoer) een regeling uitgevaardigd omtrent de wijze van afwaarderen van deze vergunningen 7.