Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/839
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300 lid 1 Sr), belediging van ambtenaar (art. 266 lid 1 jo. art. 267 lid 1 onder 2 Sr) en aanwezig hebben van harddrugs (art. 2 onder C Opiumwet). Aanwezigheidsrecht, detentie in buitenland (Zwitserland) uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Dagvaarding in hoger beroep (voor tz. van 28 maart 2023) is op 9 februari 2023 uitgereikt aan medewerker OM omdat woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend is. Als dagvaarding van verdachte die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geldig is betekend en verdachte niet ttz. is verschenen en zijn raadsman ook niet, kan rechter (behalve bij duidelijke aanwijzingen van tegendeel) uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht. Mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan recht van verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als verdachte tijdens behandeling van zijn zaak i.v.m. andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit rechter bekend was. Aan herkomst en betrouwbaarheid van stuk dat in cassatie is overgelegd, behoeft in redelijkheid niet te worden getwijfeld. Uit dat stuk moet worden afgeleid dat verdachte tijdens behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep i.v.m. andere strafzaak in Zwitserland was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat dagvaarding om ttz. in h.b. te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die tz. geen raadsman aanwezig was, is ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens groot belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn aanwezigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 24-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:986
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/04242
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:986, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:601, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑06‑2025
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300 lid 1 Sr), belediging van ambtenaar (art. 266 lid 1 jo. art. 267 lid 1 onder 2 Sr) en aanwezig hebben van harddrugs (art. 2 onder C Opiumwet). Aanwezigheidsrecht, detentie in buitenland (Zwitserland) uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Dagvaarding in hoger beroep (voor tz. van 28 maart 2023) is op 9 februari 2023 uitgereikt aan medewerker OM omdat woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend is. Als dagvaarding van verdachte die geen bekende woon- ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.