Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/1107
1. Oproepen van onbereikbare, niet gehoorde getuige door raadsheer-commissaris. 2. Gebruik van de verklaring in eerste aanleg van deze getuige voor het bewijs. 3. Oogmerk tot het plegen van misdrijf art. 161sexies lid 1 (oud) Sr.
HR 15-11-2022, ECLI:NL:HR:2022:1647
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
15 november 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, J.C.A.M. Claassens, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/02943
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1647, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 15‑11‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:1063, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑07‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑01‑2022
- Wetingang
Essentie
1. Onbereikbare, niet gehoorde getuige door raadsheer-commissaris hoeft, zonder daartoe strekkend gemotiveerd verzoek, niet opgeroepen te worden door het hof. 2. Geen inbreuk op het recht op een eerlijk proces ex art. 6 EVRM door gebruik van de verklaring van deze getuige in eerste aanleg. 3. Niet onjuist oordeel over het oogmerk van verdachte om met de jammer het misdrijf als bedoeld in art. 161sexies lid 1 (oud) Sr te plegen.
Samenvatting
- Ad 1.
Verzoek ex art. 414 Sv tot het horen van medeverdachte als getuige. Het hof heeft hieraan voldaan door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.