RvdW 2022/1119:Economische zaak. Niet melden van vuurwerktransporten (art. 24 Wet milieugevaarlijke stoffen jo. 1 lid 3 onder 2 Vuurwerkbesluit), medeplegen binnen grondgebied van Nederland brengen en voorhanden hebben van consumentenvuurwerk (art. 24 Wet milieugevaarlijke stoffen jo. 1 lid 2 onder 2 Vuurwerkbesluit), medeplegen opzettelijk gebruik maken van vals geschrift (art. 225 lid 2 Sr) en zonder vergunning inrichting veranderen (art. 8 lid 1 sub 2 jo. 8 lid 1 onder 1 sub b Wet milieubeheer), begaan door rechtspersoon, tegen achtergrond van handel in illegaal vuurwerk uit China. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en op tz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van getuigen en deskundige. 2. Bewijsklachten feiten 1, 2 en 3. Opzet en medeplegen. 3. Bewijsklacht feit 7. Opzet. 4. Strafbaarheid binnen Nederland brengen van vuurwerk zonder dat aan eisen is voldaan. Verandering van wetgeving, art. 1 lid 2 Sr. 5. Kon hof oordelen dat redelijke termijn in e.a. met 18 maanden is overschreden? 6. Conclusiewisseling tussen raadsman verdachte en A-G n.a.v. getuigenverzoek in appelschriftuur in het ongerede geraakt. 7. Onvolkomenheid bij beëdiging van een of meer raadsheren van Hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen en A-G die bij behandeling van zaak in hoger beroep betrokken is geweest, art. 5 lid 2 en art. 6 lid 2 Wet RO. Ad 1., 2., 3., 4., 5. en 6. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 7. Gelet op ECLI:NL:HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Samenhang met 20/04090 E (RvdW 2022/1117), 20/04316 E (RvdW 2022/1118), 20/04318 E (RvdW 2022/1120), 20/04319 E (RvdW 2022/1121), 20/04320 E (RvdW 2022/1122) en 20/04321 E (RvdW 2022/1123).