RvdW 2022/1122:Economische zaak. Medeplegen feitelijk leiding geven aan niet melden van vuurwerktransporten begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 24 Wet milieugevaarlijke stoffen en art. 9 lid 2 onder 2 sub 1 Wet milieubeheer), medeplegen binnen Nederland brengen en voorhanden hebben van vuurwerk dat niet aan eisen/regels voldoet (art. 24 Wet milieugevaarlijke stoffen), medeplegen opzettelijk gebruik maken van vals geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 2 Sr), (medeplegen) feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225 lid 1 Sr), medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter lid 1 jo. 420bis lid 1 sub b Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140 lid 1 Sr), tegen achtergrond van handel in illegaal vuurwerk uit China. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en op tz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van getuigen en deskundige. 2. Bewijsklachten niet melden van vuurwerktransporten, vuurwerk binnen Nederland brengen zonder dat aan eisen is voldaan en opzettelijk gebruik maken van valse CMR. Opzet en medeplegen. 3. Bewijsklacht niet melden van vuurwerktransporten. Opzet. 4. Bewijsklachten gewoontewitwassen. Geldbedragen afkomstig uit eigen misdrijf en verhullende handelingen. 5. Strafbaarheid binnen Nederland brengen van vuurwerk zonder dat aan eisen is voldaan. Verandering van wetgeving, art. 1 lid 2 Sr. Heeft hof verzuimd voor verdachte meest gunstige bepaling toe te passen, nu wetgeving m.b.t. dit feit is gewijzigd (vervallen van eis dat consumentenvuurwerk slechts 1 lont mag hebben) na tijdstip waarop feit is begaan? 6. Bewijsklacht deelname aan criminele organisatie. Kan verdachte deel uitmaken van samenwerkingsverband met vennootschap, nu uit bewijsvoering blijkt dat verdachte (eigenaar/bestuurder/directeur van vennootschap) met vennootschap moet worden vereenzelvigd? 7. Oplegging beroepsverbod, art. 7 sub a WED jo. 28 lid 1 sub 5 Sr. 8. Redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat redelijke termijn in e.a. met 18 maanden is overschreden? 9. Strafmotivering (gevangenisstraf van 21 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk). Heeft hof in strafmotivering niet tlgd. vermoeden van strafbaar feit betrokken? 10. Conclusiewisseling tussen raadsman verdachte en A-G n.a.v. getuigenverzoek in appelschriftuur in het ongerede geraakt. 11. Onvolkomenheid bij beëdiging van een of meer raadsheren van Hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen en A-G die bij behandeling van zaak in hoger beroep betrokken is geweest, art. 5 lid 2 en art. 6 lid 2 Wet RO. Ad 1., 2., 3., 4., 5., 6., 7., 8., 9. en 10. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 11. Gelet op ECLI:NL:HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Samenhang met 20/04090 E (RvdW 2022/1117), 20/04316 E (RvdW 2022/1118), 20/04317 E (RvdW 2022/1119), 20/04318 E (RvdW 2022/1120), 20/04319 E (RvdW 2022/1121) en 20/04321 E (RvdW 2022/1123).