Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/1141
Verordening Brussel II-bis. Bevoegdheid ter zake van ouderlijke verantwoordelijkheid; algemene bevoegdheid; overbrenging in de loop van het geding van de gewone verblijfplaats van het kind vanuit een lidstaat van de EU naar een derde staat die partij is bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996; perpetuatio fori-beginsel.
HvJ EU 14-07-2022, ECLI:EU:C:2022:562
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
14 juli 2022
- Magistraten
C. Lycourgos, S. Rodin, J.-C. Bonichot, L.S. Rossi, O. Spineanu-Matei
- Zaaknummer
C-572/21
- Conclusie
A-G M. Szpunar
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2022:562, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 14‑07‑2022
- Wetingang
Essentie
CC/VO.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door Högsta domstol (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Zweden) bij beslissing van 14 september 2021.
Verordening Brussel II-bis. Bevoegdheid ter zake van ouderlijke verantwoordelijkheid; algemene bevoegdheid; overbrenging in de loop van het geding van de gewone verblijfplaats van het kind vanuit een lidstaat van de EU naar een derde staat die partij is bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996; perpetuatio fori-beginsel.