Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/18.2.10:18.2.10 Verhoor, zwijgrecht en cautie (Bewijsgaring)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/18.2.10
18.2.10 Verhoor, zwijgrecht en cautie (Bewijsgaring)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940438:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 11.2.6.2 en paragraaf 11.2.6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de artikelen 5:10a Awb en 8:28a Awb heeft de Awb-wetgever het zwijgrecht en de cautie voor verhoorsituaties gecodificeerd. De reikwijdte van deze bepalingen is echter beperkt, omdat zij slechts zien op zuivere boetevragen. Bovendien is zowel het zwijgrecht als de cautieplicht gekoppeld aan een verhoorsituatie, die nergens is gedefinieerd maar op grond van de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie van de Hoge Raad alleen lijkt te zien op mondelinge ondervragingen. In het licht van de jurisprudentie van het EHRM zijn deze beperkingen uiterst problematisch. Het is dus aan te bevelen dat de wetgever ten minste opheldering geeft over wat hij precies bedoelt met een verhoorsituatie en daarbij nadrukkelijk de ruime(re) opvatting van het EHRM over de situaties waarin het zwijgrecht kan worden ingeroepen, betrekt. Ook zou de wetgever er verstandig aan doen om terug te komen op de beperking tot zuivere boetevragen. Kijkend naar de jurisprudentie van het EHRM is naar mijn mening namelijk niet uit te leggen waarom het zwijgrecht en de cautie niet zouden (kunnen) gelden voor gemengde vragen.
De wetgever is in de gelegenheid om deze vraagstukken op korte termijn te adresseren. In het conceptwetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2025 wordt voorgesteld om een expliciete wettelijke verplichting tot het verstrekken van belastende, wilsonafhankelijke informatie in zuivere boetezaken op te nemen.1 Het ligt naar mijn mening voor de hand om het daar niet bij te laten en meteen te verduidelijken hoe deze nieuwe verplichting zich precies verhoudt tot het zwijgrecht en de cautie. Ook is het wenselijk om aan te geven of er bij wilsafhankelijk materiaal in zuivere boetezaken volgens de wetgever (a contrario) een zwijgrecht geldt en in hoeverre dat bij gemengde vragen in de ogen van de wetgever anders ligt.