Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/18.2.12:18.2.12 Getuigenbewijs (Bewijsvoering)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/18.2.12
18.2.12 Getuigenbewijs (Bewijsvoering)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940662:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat betreft het getuigenbewijs ontbreekt in de jurisprudentie van de Hoge Raad tot op heden een duidelijk onderscheid tussen de sfeer van de heffing en de sfeer van de boete. De betekenis van het autonome begrip ‘getuige’ uit art. 6 lid 3 EVRM is evenwel ruimer dan de betekenis van het begrip ‘getuige’ volgens het Nederlandse bestuursprocesrecht. In het Nederlandse bestuursprocesrecht is de getuige degene die op de zitting een verklaring aflegt, onder het oog en de regie van de rechter. Als getuige in de zin van het EVRM kwalificeren ook personen die buiten de zitting een schriftelijke of mondelinge verklaring hebben afgelegd. Daarom verdient het aanbeveling dat de wetgever voor zaken waar er (ook) een boete in het spel is, een afzonderlijke definitie van het begrip getuige opneemt die overeenkomt met wat daaronder volgens art. 6 lid 3 EVRM moet worden verstaan.
Verder bevat art. 6 lid 3 EVRM specifiek ten aanzien van getuigen enkele verdedigingswaarborgen (het recht om getuigen à décharge op te roepen en het recht om de door de overheid opgevoerde getuigen à charge te ondervragen). De belangenafweging die de rechter in het kader van kwesties van getuigenbewijs moet maken zal in boetezaken daarom eerder in het voordeel van de boeteling uitvallen dan in de sfeer van de heffing. Daarbij valt te denken aan het al dan niet passeren van een bewijsaanbod of het al dan niet gebruik maken van de bevoegdheid om ambtshalve getuigen op te roepen. Om deze reden is het aan te bevelen dat de Hoge Raad bij getuigenbewijs een nadrukkelijk onderscheid maakt in zijn jurisprudentie tussen de sfeer van de heffing en de sfeer van de boete en in boetezaken afzonderlijk toetst aan de aanvullende waarborgen van art. 6 lid 3 EVRM.