Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/18.2.20:18.2.20 Informatievoorziening in de informatiebeschikking (Omkering van de bewijslast)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/18.2.20
18.2.20 Informatievoorziening in de informatiebeschikking (Omkering van de bewijslast)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940803:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van de wettelijke regeling van de informatiebeschikking moet de inspecteur de belastingplichtige in de informatiebeschikking wijzen op de sanctie van de omkering, als mogelijk gevolg van het volharden in de schending van de informatieverplichting. De inspecteur is echter niet verplicht om daarbij aan te geven wat de gevolgen voor een eventueel op te leggen boete zullen zijn. Zolang de wetgever nog geen wettelijke garantie op niet-incriminerend gebruik heeft ingevoerd (zie paragraaf 18.2.8 hiervoor), zou een dergelijke verplichting naar mijn mening wel verstandig zijn. De belastingplichtige wordt momenteel immers niet volledig geïnformeerd over zijn rechtspositie. Als de informatieverplichting ziet op wilsafhankelijk materiaal zoals het afleggen van eigen verklaringen, kan een geslaagd beroep op het nemo tenetur-beginsel er – ook in de opvatting van de Hoge Raad – bijvoorbeeld toe leiden dat de omkering alleen gevolgen voor de heffing zal hebben. De belastingplichtige die tevens vreest voor een boete, kan met die wetenschap een betere afweging maken tussen toch meewerken of blijven zwijgen. Bovendien zou de inspecteur er op voorhand aan worden herinnerd dat hij de boetegrondslag bij volharding in het zwijgen in zulke gevallen afzonderlijk zal moeten berekenen. Het vermelden van de gevolgen van het wél meewerken voor een eventuele latere boete zijn naar mijn mening evenzeer relevant. Het nemo tenetur-beginsel kan immers een latente werking hebben, waardoor de te verstrekken informatie later mogelijk niet mag worden gebruikt voor de boete. Daarom zou ik de wetgever in overweging willen geven om de inspecteur ook die mogelijke gevolgen te laten vermelden.