Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1069
Procesrecht. Personen- en familierecht. Gezag van gewijsde; objectieve omvang.
HR 08-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1596
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04853
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1596, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:483, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑05‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑12‑2023
- Wetingang
Art. 236 Rv
Essentie
Procesrecht. Personen- en familierecht. Gezag van gewijsde; objectieve omvang.
Samenvatting
Indien een vordering of verzoek is afgewezen en deze afwijzing berust op een voor de gedaagde of verweerder nadelige beslissing over de rechtsbetrekking in geschil, krijgt die beslissing bij het in kracht van gewijsde gaan van de uitspraak gezag van gewijsde als bedoeld in art. 236 lid 1 Rv (HR 13 mei 2022, NJ 2022/183). De afwijzing door het hof van het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling met het kind berust uitsluitend op het oordeel dat omgang in strijd is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.