Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1097
Militaire zaak. Verkrachting van vrouw in haar woning, art. 242 (oud) Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361 lid 3 Sv. Is oordeel hof dat behandeling van vordering b.p., v.zv. strekkende tot vergoeding van kosten studievertraging, een onevenredige belasting van het strafgeding met zich zou brengen, begrijpelijk en toereikend gemotiveerd? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 05-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1264
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, M. Kuijer
- Zaaknummer
23/01698 M
- Conclusie
​A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1264, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:886, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑09‑2024
Essentie
Militaire zaak. Verkrachting van vrouw in haar woning, art. 242 (oud) Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361 lid 3 Sv. Is oordeel hof dat behandeling van vordering b.p., v.zv. strekkende tot vergoeding van kosten studievertraging, een onevenredige belasting van het strafgeding met zich zou brengen, begrijpelijk en toereikend gemotiveerd? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01698 M
Datum 5 november 2024 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.