RvdW 2024/1092:Schietpartij n.a.v. drugsdeal in 2020 in Den Haag. Poging tot doodslag op beoogde wietleverancier en op medewerkster van eethuis (art. 287 Sr) en vernieling van ruit en televisie (art. 350 lid 1 Sr). 1. Noodweer, proportionaliteitseis. Kon hof oordelen dat het schieten door verdachte buitenproportioneel is geweest gelet op dreiging die ongewapend slachtoffer voor verdachte vormde en omstandigheid dat er minder extreme alternatieven voorhanden waren? 2. Noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr. Kon hof oordelen dat het niet aannemelijk is geworden dat het schieten door verdachte het gevolg was van hevige gemoedsbeweging, op de grond dat verdachte tijdens schieten weliswaar opgewonden en gestrest was maar dat dit onvoldoende is om aan te nemen dat hevige gemoedsbeweging bestond? HR: art. 81 lid 1 RO.