Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1070
Internationaal privaatrecht. Personen- en familierecht. Verzoek terugverhuisgebod in appel; bevoegdheid Nederlandse rechter o.g.v. Verordening Brussel II-bis of Verordening Brussel II-ter?; niet-toepasselijk recht.
HR 08-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1594
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/00621
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1594, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:805, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Internationaal privaatrecht. Personen- en familierecht. Verzoek terugverhuisgebod in appel; bevoegdheid Nederlandse rechter o.g.v. Verordening Brussel II-bis of Verordening Brussel II-ter?; niet-toepasselijk recht.
Samenvatting
Het hof had het verzoek van de vader tot het geven van een terugverhuisgebod ambtshalve moeten beoordelen aan de hand van de Verordening Brussel II-ter (Verordening (EU) nr. 2019/1111) en niet aan de hand van de Verordening Brussel II-bis, nu eerstgenoemde verordening van toepassing is op gerechtelijke procedures die op of na 1 augustus 2022 zijn ingesteld, en dat verzoek van de vader op 3 februari 2023 aanhangig is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.