Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1067
In beginsel geen afzonderlijk rechtsmiddel tegen beslissing rechter-commissaris over onderzoek van bij advocaat inbeslaggenomen stukken/gegevensdragers.
HR 01-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1560 (Amerisoc Center SRL/Luxemburg)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03258
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Roepnaam
Amerisoc Center SRL/Luxemburg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Strafprocesrecht / Voorfase
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1560, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:581, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑05‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris om opsporingsambtenaren of een officier van justitie in te schakelen, bij onderzoek nodig om te beoordelen of gegevens al dan niet geprivilegieerd materiaal betreffen, staat in beginsel geen afzonderlijk rechtsmiddel open. De rechtsbescherming schiet hier niet tekort. De burgerlijke rechter moet dan ook de verschoningsgerechtigde niet-ontvankelijk verklaren als deze bij hem opkomt tegen de beslissing van de rechter-commissaris.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2017/50 en NJ 2019/413, m.nt. H.B. Krans en T. Kooijmans over burgerlijke rechter en strafrechter. De burgerlijke rechter moet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.