Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1077
1. Sprake van opruiing ex art. 131 lid 1 Sr, ook al hebben tweets, waaronder “Moge Allah swt de zionisten vernietigen”, vorm van aan Allah gerichte smeekbede. 2. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn uitingen derden aansporen tot strafbaar gedrag.
HR 05-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1573
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, C. Caminada
- Zaaknummer
22/04850
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1573, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:834, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑11‑2023
- Wetingang
Art. 131 lid 1 Sr
Essentie
1. Toereikend gemotiveerd oordeel dat, ook al hebben de tweets de vorm van een aan Allah gerichte smeekbede, sprake is van opruiing ex art. 131 lid 1 Sr. De tweets houden (o.m.) in: “Vandaag in Palestina weer tientallen jonge mensen door kogels van de zionistische bezettingsmacht vermoord. Het wordt druk in het paradijs” en “Moge Allah swt de zionisten vernietigen”, met plaatsing daarbij van emoji’s van een vuist en van vuur. 2. Toereikend gemotiveerd oordeel dat verdachte met zijn uitlatingen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitingen derden aansporen tot strafbaar gedrag.
Samenvatting
De Hoge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.