Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1098
Verduistering van auto, art. 321 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week), art. 359 lid 6 Sv. Kon hof (meervoudige kamer) ter motivering van strafoplegging afgezien van standaardoverweging (aard en ernst van bewezenverklaarde, omstandigheden waaronder dit is begaan en persoon van verdachte zoals bij onderzoek ttz. is gebleken) volstaan met enkele vermelding dat in p-v van tz. opgenomen motivering van strafoplegging ‘als hier herhaald en ingelast’ moet worden beschouwd, terwijl p-v van tz. in hoger beroep geen weergave inhoudt van mondelinge strafmotivering? Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van eventueel afzonderlijk opgemaakt p-v van tz. waarop in h.b. uitspraak is gedaan. Daarnaar gevraagd heeft hof aan HR bericht dat zo’n afzonderlijk p-v niet is opgemaakt. ’s Hofs overwegingen bevatten geen opgave van redenen die in het bijzonder hebben geleid tot keuze van opleggen van vrijheidsbenemende straf. Dat is in strijd met art. 359 lid 6 Sv. Dat verzuim leidt o.g.v. art. 359 lid 8 Sv tot nietigheid (vgl. HR 27 september 2016, NJ 2016/437). HR merkt op dat hof, door in zijn arrest voor strafmotivering te verwijzen naar eventueel op te maken p-v van tz. ook niet heeft voldaan aan vereiste van art. 359 lid 5 Sv dat arrest de redenen opgeeft die straf hebben bepaald of tot maatregel hebben geleid. Dat die redenen in arrest worden opgenomen, zonder daarbij verwijzing naar p-v van tz. te hanteren, is van belang omdat, gelet op regeling van art. 327a Sv, op het moment dat arrest wordt gewezen (volledig) p-v van tz. (nog) niet beschikbaar hoeft te zijn (vgl. HR 13 februari 2024, RvdW 2024/240). Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.
HR 05-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1415
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/01745
- Conclusie
​A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1415, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:800, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑09‑2024
Essentie
Verduistering van auto, art. 321 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week), art. 359 lid 6 Sv. Kon hof (meervoudige kamer) ter motivering van strafoplegging afgezien van standaardoverweging (aard en ernst van bewezenverklaarde, omstandigheden waaronder dit is begaan en persoon van verdachte zoals bij onderzoek ttz. is gebleken) volstaan met enkele vermelding dat in p-v van tz. opgenomen motivering van strafoplegging ‘als hier herhaald en ingelast’ moet worden beschouwd, terwijl p-v van tz. in hoger beroep geen weergave inhoudt van mondelinge strafmotivering? Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van eventueel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.