Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.6.1.2:8.6.1.2 De onderrentabiliteit van de onderneming
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.6.1.2
8.6.1.2 De onderrentabiliteit van de onderneming
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351677:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook bij de bepaling van de rentabiliteit van de onderneming is een duidelijke rode draad in de jurisprudentie te onderkennen: de Reichsfinanzhof baseert zich op het toekomstige winstpotentieel van een onderneming. Zolang de onderneming nog wordt voortgezet gaat het Reichsfinanzhof in de regel niet van een onderrentabiliteit uit1. Maar ook als er van onderrentabiliteit wordt uitgegaan, betekent dit volgens het Reichsfinanzhof nog niet dat de `Teilwert' gelijk is aan de opbrengst bij liquidatie van de onderneming2. Horch3 wijst erop dat de `Teilwert' bij ondernemingen met een onderrentabiliteit van geval tot geval bepaald moet worden en dat er dienaangaande geen algemeen geldende regel geformuleerd kan worden. Op de vraag in hoeverre de onderrentabiliteit van de onderneming van invloed is op de `Teilwert' van een object geeft hij als antwoord dat de situatie bezien moet worden vanuit het gezichtspunt van de overnemer van de onderneming (de fictieve koper). Steeds moet men zich de vraag voor ogen houden wat de fictieve koper voor het desbetreffende object (gezien de onderrentabiliteitssituatie van de onderneming als geheel) zou willen betalen. De onderrentabiliteit van de onderneming kan wel zijn neerslag vinden in de bepaling van de bedrijfswaarde van een individueel actief4, doch het blijft moeilijk (zo niet bijna onmogelijk) om de onderrentabiliteit van de onderneming als geheel toe te rekenen aan individuele activa.