RvdW 2025/853:Medeplegen diefstal uit woning met braak en/of inklimming, meermalen gepleegd (art. 311 lid 1 Sr). Verjaring, art. 70 (oud) Sr. Hof heeft verdachte veroordeeld voor feiten die onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 zijn tenlastegelegd. Recht tot strafvervolging voor tenlastegelegde feiten is vervallen. Wat betreft het onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 tlgd. staan redenen daarvoor vermeld in CAG. Op vergelijkbare gronden moet ook wat betreft onder 1 subsidiair B en 2 subsidiair B en C tenlastegelegde (schuldheling) — op welk feit steeds gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren is gesteld — worden geoordeeld dat recht tot strafvervolging voor deze feiten is vervallen. CAG: Het moet ervoor worden gehouden dat verjaring van onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 bewezenverklaarde feiten niet is gestuit vóór verstrijken van fatale 12-jaarstermijn respectievelijk 20-jaarstermijn. Volgt partiële vernietiging en n-o verklaring OM in vervolging t.a.v. de onder 1, 2 en 7 tlgd. feiten.