Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/9.4.14.2:9.4.14.2 Gelijktijdigheidseis
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/9.4.14.2
9.4.14.2 Gelijktijdigheidseis
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940462:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 15.2.1.
Zie voor een voorbeeld waarin duidelijk was dat de opgelegde vergrijpboetes ex art. 67f AWR niet gelijktijdig met de naheffingsaanslagen waren opgelegd, maar de rechter dat niet ambtshalve aan de orde stelde Hof ’s-Hertogenbosch 16 maart 2022, V-N 2022/33.15 (de boetes werden om andere redenen vernietigd).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gelijktijdigheidseis is een constitutieve wettelijke eis: verschillende boetes kunnen louter worden opgelegd op hetzelfde moment als waarop de bijbehorende belastingaanslag wordt vastgesteld.1 Schending van de gelijktijdigheidseis is fataal en leidt tot verval van de boete. In het licht van de reguliere regels van bewijslastverdeling rust de primaire bewijslast daarom op de boeteling.2 Het betreft immers een boeteverlagende component.