Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/409
Poging tot doodslag door ander met scherp voorwerp in buik te steken, art. 287 Sr. 1. Afwijzing van een bij te laat ingediende appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van forensische arts als deskundige, benoemen van nieuwe deskundige letselinterpretatie en benoemen van materiaaldeskundige, op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken. 2. Schriftuur benadeelde partij, onevenredige belasting van strafgeding ex art. 361 lid 3 Sv en schattingsbevoegdheid van art. 6:97 BW. Is ’s hofs oordeel dat b.p. niet-ontvankelijk is in zijn vordering t.z.v. immateriële schade v.zv. die bedrag van € 4500 te boven gaat, begrijpelijk? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:372
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/04441
- Conclusie
​A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:372, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1429, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Essentie
Poging tot doodslag door ander met scherp voorwerp in buik te steken, art. 287 Sr. 1. Afwijzing van een bij te laat ingediende appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van forensische arts als deskundige, benoemen van nieuwe deskundige letselinterpretatie en benoemen van materiaaldeskundige, op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken. 2. Schriftuur benadeelde partij, onevenredige belasting van strafgeding ex art. 361 lid 3 Sv en schattingsbevoegdheid van art. 6:97 BW. Is ’s hofs oordeel dat b.p. niet-ontvankelijk is in zijn vordering t.z.v. immateriële schade v.zv. die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.